Lezing architect Leo Van Broeck

lezing Leo Van Broeck - Kamp C en AR-TUR 4

VERSLAG – Meer doen op minder. Dat is de uitdaging. Dinsdag 11 maart 2014 gaf Leo Van Broeck van BOGDAN & VAN BROECK ARCHITECTS een lezing in de Warande. Het thema was ‘verdichting en mobiliteitsgebonden grondgebruik als motoren van een duurzame ruimtelijke ordening’. De lezing is onderdeel van de reeks Less is More over duurzaam ruimtegebruik die Kamp C en AR-TUR organiseren. Lees hieronder het verslag dat gespreksleiders Peggy Totté en Els Nulens maakten van de lezingavond. 

Eindigheid van onze planeet
In de tweede sessie van de lezingenreeks ‘Less is More: minder ruimte vraagt om meer architectuur’, start architect Leo Van Broeck met een ontluisterende kijk op de ruimtelijke context van Vlaanderen en de wereld.

We hikken aan tegen het einde van de mogelijkheden van onze planeet. Van Broeck verheldert dit met duidelijke cijfers en krasse uitspraken. Tegen 20 augustus 2013 – Earth Overshoot Day – hadden we de energie opgebruikt die de aarde ons ter beschikking stelt in één jaar. Maar dit einde gaat niet enkel over energie, het gaat ook over het aantal mensen en hun ruimtegebruik. We zijn met teveel mensen op deze aarde en dit aantal blijft groeien. Qua aandeel bebouwd oppervlak haalt België de 2de plaats op de wereldranglijst, namelijk 20% van onze ruimte is bebouwd. “Met 11 miljoen mensen, het inwoneraantal van een metropool, hebben we een heel land de verdoemenis in verkaveld”. Daarenboven rest van Vlaanderen een ecologisch dode ruimte. Er zijn nog enkele reservaten met fauna en flora (2,6%), maar het grootste deel van Vlaanderen is ingenomen door de mensen. Elke dag verdwijnen er zes voetbalvelden. Een prognose voor 2050 toont Vlaanderen als één bebouwde, verharde vlek.

Ook onze mobiliteit is een probleem en geraakt niet zomaar opgelost. Zelfs indien iedereen vandaag met elektrische auto’s zou rijden (of op koolzaadolie), verbruiken we teveel energie en staan we nog steeds in de file. We horen ons gedrag te veranderen. Binnen ons verspreid model van bebouwing kan openbaar vervoer in Vlaanderen nooit rendabel worden, in tegenstelling tot een model van 11 miljoen mensen in één stad (cfr. Parijs). Tot slot hebben wij in België de hoogste prijs op gas, elektriciteit en riolering door de grote spreiding. Wat een meerkost van 4 miljard per jaar oplevert en zowat 20% hoger ligt dan in de rest van Europa. We schieten in eigen voet.

Als boosdoener wijst Van Broeck in de eerste plaats naar de economie die gericht is op groei. Er is volgens hem nood aan een stagnatie, want groei is enkel mogelijk in een oneindige ruimte met oneindige energiebronnen. Bovendien is de grote verspreiding en versnippering in Vlaanderen te wijten aan onze anti-stedelijke houding. Elk dorp wil een dorp blijven, iedereen wil in het groen wonen. Hoogbouw wordt niet geapprecieerd. In naam van het landschap, consumeren we steeds meer landschap.

Wij moeten verdichten!
Leo Van Broeck streeft naar een omkering van deze anti-stedelijke houding, en stelt ons hele gedrag in vraag. Hij haalt Buenos Aires aan als een inspirerend voorbeeld. In deze stad is nooit een maximale bouwhoogte vastgelegd, maar is er wel een totale massa per bouwblok vastgelegd. Dit is gekoppeld aan een systeem van verdeling van de massa over de verschillende percelen en de bezonning. De torens die in de bouwblokken zijn ontstaan, zijn nu beschermd erfgoed. Ook in Nederland staan veel hoge gebouwen en is er veel aandacht voor gezinsvriendelijke hoogbouw, met speelruimtes gekoppeld aan brede gangen als ontmoetingsruimte of toiletten op het gelijkvloers bij de ingang voor buitenspelende kinderen. Bovendien bestaat onze bevolking niet enkel uit modale gezinnen, maar steeds meer uit andere gezinsvormen als éénoudergezinnen en samengestelde gezinnen.

Om in Vlaanderen een omkering te realiseren, stelt Leo Van Broeck een aantal maatregelen voor. We moeten bijvoorbeeld vertrekken vanuit een minimale kroonlijsthoogte en geen maximale. In plaats van een inventaris onbebouwde percelen, lijkt een inventaris verdichtbare percelen wenselijker. De mensen aan de stedelijke loketten horen een herscholing te krijgen; de regel van harmonie als basis van goede ruimtelijke ordening dient te worden afgevoerd; de grondrechten ruilen en hiertoe de regelgeving aanpassen; slechtgelegen woongebieden uitdoven; een differentiatie van de prijzen voor gas, elektriciteit, water en riolering, opzetten in plaats van gesubsidieerd wangedrag (wie op een afgelegen plek woont, hoort meer te betalen). En dit alles verenigen door het opzetten van een transversale taskforce.

Een voorbeeld stellen
Als brede groep van architecten, stedenbouwkundigen, landschapsarchitecten, projectontwikkelaars, aannemers en ambtenaren, moeten wij dringend de sleutels in handen nemen. Wij hoeven niet verkozen te worden en moeten samen optreden tegen de verdere aantasting en versnippering van onze aarde.

Als architect toont Leo Van Broeck zelf reeds het goede voorbeeld. Zeven jaar geleden renoveerde hij het laatste vrijstaand huis, sindsdien ontwerpt hij geen vrijstaande woningen meer. Hij bouwt enkel nog in hoge dichtheden. In Brussel heeft hij de filmschool Rits ingenieus ingepast in een bestaand gebouwencomplex. In een binnengebied van Leuven heeft hij een bestaande mouterij behouden, volledig dichtgemetseld, en vervolgens terug ramen uitgeslepen in functie van het nieuwe programma. Dit heeft geleid tot een interessante ‘palimpsest’ van raamopeningen. In een reconversieproject in Wijnegem heeft Van Broeck nieuwbouwtorens ontworpen, in afwisseling met bestaande te behouden silo’s.

Tot slot toont Leo Van Broeck aan de hand van een landschapsproject van bureau Rietveld Landscape/RAAAF in Nederland – een doorsneden bunker – dat het belangrijk is om ‘out of the box’ te denken. We hebben creativiteit nodig om de huidige ruimtelijke en maatschappelijke crisis aan te pakken. We moeten duurzaam en ecologisch blijven bouwen, maar tegelijk opletten dat we geen groen sausje over het geheel gieten. We moeten ook de fundamentele problemen aanpakken. We mogen niet tevreden zijn met de passiefbouwvilla met zonneboiler op het dak, als de bewoners elke dag in de file gaan staan.

Debat
In voorbereiding op het debat aan het einde van de lezingenreeks, stellen wij ons alvast de volgende vragen:

  • Het pleidooi van verdichting, is ook een pleidooi van verstedelijking en minimale bouwhoogte, maar is dit overal wenselijk? Moeten we toch niet streven om van de stad meer stad te maken, maar ook het platteland meer platteland te laten, en het dorp meer dorp? Zijn we niet op zoek naar een gedifferentieerd beleid van Vlaanderen, in plaats van het huidige verspreidingsbeleid? Is daarom geen voorzichtigheid noodzakelijk wat betreft verdichting? Willen we onze dorpen overal verder appartementiseren? Zijn de hoge appartementsgebouwen aan onze Belgische kust geen voorbeeld van hoe het zeker niet moet?
  • Van Broeck spreekt van het ruilen van grondrechten, maar hoe is dit praktisch haalbaar? Gaat dit erover dat slechtgelegen bouwgronden als niet bebouwbaar worden bestempeld, en geruild voor goede gronden in de stad? Heeft de Vlaamse overheid voldoende lef en daadkracht om zulke verschuivingen te verwezenlijken? Of moeten we wachten tot het onbetaalbaar wordt (door hoge rioleringskosten ea.) om in zulke gebieden nog te bouwen?

 

Deze lezing is onderdeel van de reeks Less is More: minder ruimte vraagt om meer architectuur. Klik op onderstaande banner voor een overzicht van de gehele reeks.

LessIsMore_banner

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s