Column: Een stadje in het dorp in een gebouw

AIDarchitecten

De maandelijke column van Joep Gosen gaat dit keer over het nieuwe woonzorggebouw in Dessel ontworpen door AIDarchitecten. De column verscheen in oktober in cultuurkrant Suiker

Tekst: Joep Gosen

In Krefeld (D) staan twee huizen: Haus Esters en Haus Lange. Ze zijn rond 1930 ontworpen door Ludwig Mies van der Rohe. Ze zijn niet uitgesproken schoon, noch bieden ze visueel spektakel. Integendeel, hun kwaliteit zit in de ritmiek, de schaal en de schakeling van mekaar opvolgende kamers, in de relatie tussen binnen en buiten, in het overvloedig binnenvallende daglicht… in de ‘warme’ materialen, de soms fijne, dan weer grove detaillering, het vakmanschap en de ligging in een groene suburbane villawijk.

Aan de rand van de dorpskern van Dessel lag het bedrijf van de familie Smet. Door de verhuis naar het industrieterrein ontstond de vraag wat er met de site moest gebeuren. De erven wilden die niet ontwikkelen om te verkopen. Hilde, Johan en Mieke besloten daarom een woonzorgcampus op te zetten. Met de ouder wordende bevolking en de toenemende behoefte aan zorg was dat zowel een opportuniteit als een mogelijkheid om het terrein sociaal en ruimtelijk met het dorp te verweven. In AIDarchitecten uit Westmalle vonden ze het juiste bureau.

Een bejaardenhuis heeft niet de meest positieve connotatie. Vaak zijn het doelmatige, saaie gebouwen met lange donkere gangen waar onvermijdelijk de muffe, maar indringende geur van incontinentie hangt. Uw dierbare daarnaartoe brengen staat gelijk aan naderend afscheid. Gelukkig is onze visie op ouderenzorg aan het veranderen. Ze wordt meer toegesneden op individuele noden en behoeften. Het is de bedoeling dat de ‘patiënt’ zo lang mogelijk zelfredzaam blijft in zijn of haar eigen vertrouwde omgeving. Daarom is er in de Alfons Smet Residenties doelbewust gekozen voor een mix tussen zelfstandig wonen en meer toegespitste zorg.

De residentie is slingerend ingeplant tussen straat en weiland. Hierdoor ontstaan er verschillende buitenruimten en doorzichten, maar ook een boeiend spel van licht en schaduwwerking op de gevels. Verschillende volumes lopen door en in elkaar, verspringen en worden kleiner naar boven toe. Het gebouw lijkt eerder een monolithisch beeldhouwwerk dan een rusthuis. De open tuin rondom is door paden verbonden met het dorp en is publiek toegankelijk. Hij werd ontworpen door Ludovic Devriendt en aangelegd door Natuurpunt als sociaal-educatief project voor zowel senioren als jeugd(verenigingen) en scholen. Binnen in het gebouw bevinden zich diensten die door iedereen gebruikt kunnen worden: kapper, schoonheidssalon, bistro,…

WP_001244

De onvermijdelijke gangen zijn geplooid en gedraaid. Nergens staan muren evenwijdig of is er direct zicht naar de volgende ruimte of naar buiten. Ze lijken op de straten van een middeleeuws stadje, inclusief plint, blinde voordeuren, ramen en doorzichten. De toegepaste materialen zijn uitgesproken warm: een parketvloer, gebroken wit bezetwerk en grove, houten planken in plaats van de eeuwige systeemplafonds. Net als in de huizen in Krefeld is het welbevinden belangrijk: licht (de grote raampartijen met houten kozijnen), het ritme van de dag, het geluid, de geur, de tast, de schoonheid van de kleine dingen, de zin van het leven. Daarom is het geniaal het woonzorgcentrum op de bovenste twee verdiepingen te situeren, boven op de serviceflats. Soms tonen zorgbehoevende bewoners vluchtgedrag of raken dementerenden de weg kwijt. Een buitenruimte op het gelijkvloers zou daarom met hekken moeten omheind worden. Dat strookt niet met het idee van een open site. Een grote, naar het zuiden gerichte daktuin en diverse kleine terrasjes maken het ook voor die mensen mogelijk zelfstandig buiten te komen.

Jawel, de Alfons Smet Residenties vormen een schitterend gebouw in een prachtige omgeving waarin duidelijk veel moeite, energie en goodwill gestoken is. Desalniettemin vraag ik mij af of het gebouw daadwerkelijk verweven is met zijn omgeving, of het ingebed is in het dorp. Juist de sculpturaliteit en het eenvormige materiaalgebruik maken het tot een enigszins ongemakkelijk object dat uit den vreemde in een klein Kempisch dorp geland is. Was het niet passender geweest als de opgave behandeld was als ware het een begijnhof; een fijnmazig besloten -maar niet afgesloten- weefsel met duidelijke verschillen tussen openbaar en privé, met verscheidenheid aan open en gesloten ruimtes met verschillende aanleg… met een grondgebonden tuin voor zowel de vitale senioren als de slecht te been zijnde ouderen.

Natuurlijk is in dit soort projecten de werkelijke opgave een optimum te vinden tussen efficiëntie en doelmatigheid van zorgverlening en woonkwaliteit, tussen idealen en financiële haalbaarheid. In die zin is het een zeer geslaagd project. Maar de Alfons Smet Residenties kunnen ook gelezen worden als een opmaat voor de ruimtelijke ontwikkeling van Vlaanderen in de 21ste eeuw. Een Vlaanderen waarin meer aandacht is voor de kwaliteit van relatief ‘grote’, goed ingerichte en publiek toegankelijke buitenruimten. Een Vlaanderen waarin meer aandacht is voor het verbeteren van de woon- en levenskwaliteit. Een Vlaanderen waarin veranderingen vanuit het ondernemerschap van de eigen bevolking komen en ondersteund worden door een meedenkende overheid

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s