Verslag: Nieuwe wijk voor een dag

OP ZOEK NAAR ALTERNATIEVEN VOOR DE TYPISCHE VERKAVELING
Verslaglegging van workshops op 30 augustus en 5 september 2015.

DW3B0094 kopie

Tekst: Nele Coppieters

Woonwijken. Vlamingen wonen er in vrijstaande huizen met een private tuin. Perceel na perceel bakenen we lapjes grond af om er onze woondromen te realiseren. Er zijn grenzen aan dit typische verkavelingsmodel. Deze verkavelingen denken niet na over kwalitatief ruimtegebruik. Het huis staat midden op zijn perceel, de groene tuin is versnipperd. De wijk laat geen ruimte vrij voor natuur. Net omdat de open ruimte in Vlaanderen steeds schaarser wordt, gaan ontwikkelaars steeds kleinere percelen tekenen. Het is vandaag namelijk onbetaalbaar op een grote lap grond te wonen, maar door deze schaalverkleining verliest het kavel zijn initiële kwaliteit. Ook de demografische evolutie stelt de typische woonwijk in vraag. Ouderen hebben geen nood meer aan een woning met drie slaapkamers. Het onderhoud van het grote huis met tuin weegt op hen. Ook zijn in onze maatschappij vele mensen op zoek naar nieuwe sociale verbanden. In de typische verkaveling staat buurtwerking niet op het programma.
Hoe kan je dan wel kwalitatief en duurzaam verkavelen? Kan densiteit een voordeel zijn? Is er nog ruimte voor openheid en groen? Hoe maak je een huis betaalbaar? Kan de verkaveling gezinnen, alleenstaanden en ouderen verenigen? Wat kunnen we delen met de buren? Wat past er binnen onze regio? Kunnen we de fantasie- en kwaliteitsloze appartementsblokken die hier overal opdoemen counteren? Wat zijn de alternatieven voor de typische verkaveling?

PROBLEEMSTELLING
Stadsregio Turnhout, de Universiteit Hasselt en AR-TUR stellen alternatieven voor. Tijdens de workshops rond de ‘Nieuwe wijk voor een dag’ gaan bewoners, leden van de lokale GECORO’s en andere professionelen in gesprek. Aan de hand van maquettes, plannen en referenties onderzoeken ze alternatieve verkavelingstypes. Waar willen we wonen? Wat willen we delen met de buren? Wat geven we op, en waar winnen we aan kwaliteit?
De workshops hebben niet enkel als doel na te denken over alternatieve verkavelingstypes, maar vooral dit samen te doen als professionelen en bewoners en daarbij eigen ervaringen, wensen en ideeën uit te wisselen. Het samen praten, tekenen en bouwen laat mensen op een andere manier kijken en denken. Het levert inspiratie om in te zetten in hun professionele en hun privéleven.
De activiteiten kaderen in het WoonLabo, waarin onderzoek wordt gedaan naar nieuwe vormen van wonen. Het project wil mensen aanzetten na te denken over onze omgeving en hoe deze slim en aangenaam te bewonen. Stadsregio Turnhout werkt hiervoor samen met AR-TUR, Kamp C, Universiteit Antwerpen en Universiteit Hasselt. Ze worden financieel ondersteund door de provincie Antwerpen. Het project is een voorzetting van het traject geWOONtebreker waar de gemeente Beerse aan tafel ging zitten met AR-TUR, Tri.zone en Stadsregio Turnhout in 2013-2014. De principes van toen liggen nu weer op tafel. De voorgestelde types worden besproken op collectiviteit, zuinig ruimtegebruik, diversiteit, betaalbaarheid en kwaliteit. De Universiteit Hasselt toont de resultaten van deze workshops als onderdeel van hun tentoonstelling Verkavelingsverhalen in de Singel (20 oktober 2015 tot en met 10 januari 2016).

Foto’s: Bart Van der Moeren

MAANDAGAVOND 30 augustus 2015 – GECORO-workshop

METHODE

de spelregels
De eerste workshop wil concreet verkavelingstypes uittesten als alternatief voor de reguliere verkaveling waarin elke bewoner een vrijstaand huis met eigen tuin heeft. Op een bestaande lege grond in Beerse werden vier woontypes geprojecteerd. Voor deze types ontwierpen studenten van de Universiteit Hasselt een voorstel in plan en maquette. Zo kregen deelnemers een realistische plattegrond voorgeschoteld en konden ze gemakkelijk de voor- en nadelen inzien.

het spelbord (de site)
Als voorbeeldsite voor de oefening diende een open stuk groen in een bocht in de Boudewijnstraat in Beerse. Deze idyllische plek in het centrum van Beerse is leeg, terwijl rondom volop traditioneel wordt verkaveld. De gemeente heeft dit perceel in handen, waardoor er ruimte is voor wat speeltoestellen. Ook kunnen mensen er elkaar ontmoeten in een tijdelijk buurtcentrum. Het terrein heeft groene boorden en grenst aan een beek.

de pionnen
De site is ruim 7500 m² groot. Hierop passen in een traditionele verkaveling twaalf woningen. Deze woning is acht meter breed, acht meter diep en heeft twee verdiepingen. De bewoonbare oppervlakte is dus 128 m². Ze weerspiegelt hiermee de gemiddelde wooneenheid van de Vlaming. Dezelfde eenheid kwam terug in de alternatieve verkavelingstypes. Telkens werden twaalf van deze witte blokjes op de site geschakeld. Eens gestapeld, en dan weer anders gegroepeerd. Zo hebben de bewoners bij elk type een gelijke private oppervlakte en kunnen de types goed worden vergeleken op voor- en nadelen.

de rondes
Na een sitebezoek verzamelen de deelnemers in het lokale dienstencentrum om zich over de vier verkavelingstypes te buigen. De deelnemers krijgen een type toebedeeld, waardoor zowel voor- als tegenstanders zich moeten verenigen. Hoe de publieke ruimte er moet uitzien, wat wordt gedeeld met de buren en hoe de woning reageert op deze bijzondere organisatie, stond ter discussie. Elk team van zes personen boog zich ook over de winsten van elk type, en bedacht er een slagzin bij. Tijdens een eerste presentatieronde tekenden de andere deelnemers enkele bezwaren aan. De configuraties werden herdacht en opnieuw gepresenteerd op het einde van de avond. De deelnemers kozen tot slot een favoriet die tijdens het tweede deel van de workshop op zaterdag 5 september in ware grootte gebouwd werd.

de spelers
De workshop verenigde deelnemers vanuit verschillende hoeken. Mensen uit de gemeentelijke commissies voor ruimtelijke ordening (GECORO’s) van Turnhout, Beerse, Vosselaar en Oud-Turnhout werden uitgenodigd, aangevuld met andere geïnteresseerden. Hierdoor bestonden de deelnemers onder meer uit ruimtelijk planners, architecten, projectontwikkelaars en bewoners. Vier gemengd samengestelde teams gingen aan de slag met elk een eigen alternatief verkavelingstype: de toren, de tuinwijk, het begijnhof en de urban villa. Hun bevindingen en ideeën leest u hieronder.

 

workshop_verkavelingstype Toren

TOREN
“De kwaliteit gaat de hoogte in.”
De toren met twaalf wooneenheden is zes bouwlagen hoog. Dit is veel hoger dan de huizen in de omgeving. De bewoners hebben een weids uitzicht op de omgeving. Die bestaat vooral uit private tuinen van buurtbewoners, waar inkijk en slagschaduw zal ontstaan. Hun huizen staan verder weg van de toren. Maar de buren kunnen dus vanuit hun tuinen ook binnenkijken in de private vertrekken van de nieuwe bewoners. Het behoud van de vele bomen op de site kan dit probleem oplossen. De schaal van dit project is trouwens vergelijkbaar met die van de bomen. De impact van het volume blijft dus beperkt.
Het grote voordeel van deze stapeling ligt in de groene ruimte die open kan blijven. Omdat het nieuwe wonen zo compact is georganiseerd, kan dit grotendeels behouden blijven. Het terrein kan evolueren naar een collectief park met trage wegen over de beek. Hierdoor geeft dit model veel terug aan de buurt. Een brede laan laat snel fietsverkeer toe en schermt het meer private deel rond de toren af. Hier voorziet het workshopteam een groenzone voor de nieuwe bewoners, waar zij kunnen tuinieren. Parkeren kan langs de andere kant van de toren.
Ook de interne organisatie van zo’n toren is veel efficiënter dan elk ander grondgebonden type. De woningen zijn energiezuiniger, door de zeer compacte bouw. Ook qua integrale toegankelijkheid is de toren ideaal; één lift kan de twaalf woningen bedienen.

Inspiratieproject Toren: Wonen in Het Bos, Genk. lava architecten, 2006-2011
Drie speelse torenvolumes huisvesten 48 woningen. Boven een kleine sokkel voor parkeren stapelt Lava architecten vier verdiepingen. Elke verdieping krijgt een andere footprint. Maar de terrassen werken mee aan een opvallende stapeling. Hierdoor krijgt elke bewoner een buitenruimte met minimale inkijk van de buren. De toren omarmt hierdoor het omliggende groen. Dit dense project gaat actief op zoek naar relatie met de omgeving. Het gebouw is even hoog als de bomen, het uitzicht is er prachtig.

workshop_verkavelingstype Tuinwijk

TUINWIJK
“Open op het niveau van het perceel, gesloten op het niveau van de wijk.”
De twaalf huizen staan in twee rijen opgesteld, langs twee grenzen van het perceel. Hierdoor wordt een hoek van het perceel duidelijk gedefinieerd als private ruimte voor de nieuwe bewoners. De tuin staat open naar een overgebleven collectieve groenruimte, waardoor de bewoners weinig privacy genieten.
Het team past de originele maquette aan tijdens de workshop. Ze maakten de beek de drager van een nieuw pad en loodrecht hierop tekenden de architecten van dienst een andere trage weg, die een gezicht geeft aan de woningen. De voordeuren van de huizen liggen zo duidelijk langs een straat. Het project krijgt een duidelijkere voor- en achterkant, en is beter geïntegreerd in de omgeving. Hierdoor wil het team een ‘eilandgevoel’ vermijden.
Groot voordeel bij het wonen in een tuinwijk is dat de bewoners veel keuzevrijheid en privacy behouden. Ze wonen elk in een grondgebonden huis, kunnen zelf beslissen in welke kleur ze de ramen schilderen. De gemeenschappelijke tuin is groot, waardoor de kinderen veel speelruimte hebben. Het onderhoud van deze groenzone moet de gemeenschap regelen, waardoor de kostprijs voor de bewoners best hoog kan worden. Tenzij de buren groene vingers hebben en het onderhoud gezamenlijk op zich nemen.

Inspiratieproject Tuinwijk: Royal Crescent, Bath, UK. John Wood the younger, 1767-1774
Deze statige rij van 15 woningen deelt hun voortuin. Het grote groene vlak, en de uniforme voorgevels vormen samen een imposante scène. Enkel de achterkanten verraden dat dit project geen paleis is, maar wel een cohousing-project avant la lettre.

workshop_verkavelingstype Begijnhof

BEGIJNHOF
“Mijn eigen plek rond onze tuin.”
Terwijl de tuinwijk zijn isolement probeert te doorbreken, is dit net de sterkte van het begijnhof. Een duidelijke architectuur schermt wat privaat is af van het publieke, en creëert zo een sterke identiteit voor de nieuwe wijk. Hierdoor is het heel duidelijk wat toegankelijk is voor iedereen en wat de bewoners zelf onderhouden.
Huizen staan rond een gemeenschappelijk tuin. Aan de achterkant hebben de woningen een private tuin langs de perceelgrens. De bewoners beschikken ook over een voortuintje langs het gemeenschappelijke plein. Deze ruimte moet omzoomd worden door een ventweg, om de brandweer toegang te verschaffen tot de woningen. Ook boodschappen uitladen kan op deze manier.
Naast het wonen ligt op de site ook een buurtparkje. Een collectief volume vormt de grens tussen het begijnhof en deze groenzone. Het team stelt functies voor als een crèche, een wijkzaaltje of een klusruimte om beide te verenigen. De deelnemers verschuiven ook enkele huizen, waardoor het park meer relatie krijgt met de beek. Een duurzame waterhuishouding met een infiltratiebekken in het park is voor beide een voordeel.
Het begijnhof is een type dat een groot veiligheidsgevoel genereert. Kinderen kunnen er vrij spelen, ouderen voelen zich er geborgen. De typologie van de woningen zou zich niet tot rijhuizen hoeven te beperken. Beneden kunnen ouderen wonen, met zicht op het gemeenschappelijke groen, terwijl boven een gezin woont dat toegang heeft tot de private tuin. Zij kunnen het onderhoud daarvan nog wel voorzien. Ook de grootte van de verschillende woningen kan variëren om verschillende woonvragen binnen dit type te kunnen beantwoorden.
Deze meer collectieve wijk kan samenwerken om duurzaam in energie te voorzien. Ook de gemeenschappelijke wijktuin is een grote troef, als ontmoetingsplek. Toch zien de deelnemers van de workshop ook nadelen. Onderhoud van de tuin, en het oplossen van het parkeren zet het project financieel onder druk.

Inspiratieproject Begijnhof: HollainHof, Gent. Willem-Jan Neutelings, 1996-1999
Dit project bevat 120 wooneenheden op een site langs het water in de Gentse binnenstad. Vijftien woonblokken omzomen het terrein, waardoor het binnengebied open en groen kon blijven. Het is een oase van rust temidden van een dens programma. Bovendien geniet elke bewoner van private open ruimte, hetzij een van de speelse dakterrassen, hetzij het ommuurd tuintje, grenzend aan het begijnhof-plein.

workshop_verkavelingstype Urban Villa

URBAN VILLA’S
“Samen barbecueën, maar eigen vlekken wassen.”
Urban villa’s zijn gebouwen die door meer dan een gezin worden bewoond. Het ontwerpvoorstel hier bevat drie volumes waar telkens vier woningen rond een serre zijn gekoppeld. Hierdoor ontstaan verschillende gradaties van collectiviteit. In een publiek park rond de woningen plannen de deelnemers trage wegen in. Een centraal plein verbindt het programma. Deze ruimte roept zuiderse taferelen op; een perfecte plek voor een buurtbarbecue. Onder het plein zit een grote parkeergarage. De vlakte kan volgens de deelnemers geen grote bomen bevatten, aangezien het beton van de onderliggende parkeergarage begroeiing tegenhoudt.
Het team beslist de lift uit de parkeergarage op dit plein te organiseren zodat de bewoners van de twaalf woningen elkaar hier ontmoeten. Dit aspect vindt het team belangrijker dan het nabij in- en uitladen van boodschappen.
Naast het gemeenschappelijke plein, bevat elke urban villa een collectieve serre. Op maquette wordt een glazen volume gesuggereerd, die fungeert als een grote inkomhal voor de vier omliggende woningen. Dit idee levert mogelijk warmte- en geluidsoverlast op, terwijl bij een open structuur teveel tocht zou kunnen ontstaan. De teamleden zijn het er over eens dat deze ruimte een grote extra kwaliteit kan bieden, vooral voor de ontmoeting tussen bewoners. Bankjes moeten hierbij helpen, maar ook kinderen kunnen er overdekt spelen.
Een private buitenruimte lijkt aangewezen, maar is niet eenvoudig in te tekenen in het plan. Een inpandig of dakterras zou hier tot de mogelijkheden behoren. Hoe de private groenzone zich afschermt van het publieke park is een ander architecturaal vraagstuk.
Ontmoeten met de buren staat in dit project centraal. Het kan op verschillende plekken, op verschillende niveaus gebeuren. Maar het is ook belangrijk voldoende privacy over te houden. De gevels van de woningen moeten slim de inkijk vermijden. Zeker deze die uitgeven in de serre. De breedte van deze inkomhal is in het voorstel negen meter, waardoor privacy mogelijk blijft. Er zullen onderlinge afspraken nodig zijn om in dit type een hechte bewonersgemeenschap te bekomen. Zeker wanneer de parkeergarage de kosten kan doen oplopen.

Inspiratieproject Urban Villa: HoUtPaRK, Beringen. RE-ST architecten e.a., 2013.
RE-ST architecten ontwikkelt op de voormalige mijnsite in Beringen een urban villa-project. Op de historisch waardevolle site komen verschillende collectieve programma’s samen: een museum, een zwembad, een woonzorgcentrum en een groot park. De urban villa’s delen een groenzone. De bewoners van de woningen op het gelijkvloers hebben hier ook een kleine private tuin. Elk appartement grenst aan drie gevels, waardoor veel licht binnenvalt. Ook een privaat inpandig terras vergroot deze kwaliteit.

Foto’s: Bart Van der Moeren

ZATERDAG 5 september 2015 – Nieuwe wijk voor een dag

METHODE

Schaal 1:1
De deelnemers van de eerste workshop hielden op het einde van de avond een stemming. De toren was zeer populair, maar ook het type van de urban villa scoorde hoog.
Een toren bouwen uit bamboe is niet evident. Bovendien laat het weinig experiment toe. Op het begane niveau van de toren komen namelijk (semi)-publieke functies. Hierdoor kunnen de deelnemers niet sleutelen aan de inrichting van wooneenheden en zo de relatie tussen semi-publieke en private ruimte verkennen.
In het tweede deel van de oefening op zaterdag 5 september werd daarom de urban villa concreet uitgewerkt.
Samen met de lokale scoutsgroep werd een framewerk opgebouwd uit bamboestokken op de site in Beerse. Daarbinnen kregen de deelnemers vrij spel om hun woningen en tuinen, collectieve ruimte en openbare ruimte te verbeelden. Werflinten, touw, piketten en grote rollen papier in verschillende kleuren moesten hierbij helpen. Het model op ware grootte op de site is een heel interessante en toegankelijke techniek om mensen mee te nemen in het denken over alternatieve wijken en woningen. Het is immers veel makkelijker om je voor te stellen hoe zo’n wijk zou functioneren, wanneer je de contouren in ware grootte voor je ziet.

de rondes
In een eerste ronde denken we na over hoe de eigen woning vorm moet krijgen. Hierbij delen we de deelnemers in als drie soorten bewoners: een gezin met twee kinderen, een koppel zonder kinderen maar met een fulltime job en een koppel op pensioen. Vanuit deze woningen bekijken de deelnemers de collectieve ruimtes. De serre, het plein, de parkeergarage, maar ook het omliggende groen wordt uitgewerkt en in het levensgrote model gemaakt.
Onder de deelnemers waren een stedenbouwkundig ambtenaar, architect, projectontwikkelaar, maar ook bewoners. Een daarvan was Frieda Nuyens (75) die mee de handen uit de mouwen stak. Ze probeert de kwaliteiten die ze ontdekt in haar assistentiewoning bij het dienstencentrum, te vertalen in dit project.

Na de creatieve rondes werd de wijk officieel geopend. Schepen van ruimtelijke ordening Stefaan Poortmans knipt het lint door om geïnteresseerden de wijk te laten zien. Met veel enthousiasme leidden de vindingrijke bewoners van de nieuwe wijk de bezoekers rond door hun wijk voor een dag. Ze beschreven vanuit hun rol hoe zij dit perceel zouden bewonen en beantwoordden de vragen en bedenkingen van de bezoekers.

DW3B9961 kopie

DE EIGEN WONING
Koppel met kinderen
Elke woning is 128 m² groot, zoals een gemiddeld Vlaams huis. Voor de twee personen is dit vrij ruim, maar het gezin met kinderen moet nadenken hoe hun wensen compact te maken. In het team dat zich inleefde in dit gezin deed ook een architect mee, waardoor er snel een helder plan was. De hal gaf uit op de grote leefruimte, waar de keuken, eettafel, de trap en de zithoek samenkomen. De trap staat tegen het volume met de hal en de berging. Eens boven kom je in een nachthal, die wat groter is. Daardoor is er plaats voor een extra functie. Het drukke gezin heeft misschien nood aan een yoga- of meditatieruimte, maar ook een bureel is mogelijk. Deze ruimte staat in contact met beneden door een kleine vide. Van hieruit bereik je de badkamer en de drie slaapvertrekken. Deze bewoners zouden ook graag een kelder naast de ondergrondse parkeergarage hebben om er hun spullen op te bergen.
De hoogte van de ramen naar de serre en het plein zijn zo bedacht, dat je van buiten, rechtstaand, niet naar binnen kan kijken. Vanuit de zithoek binnen kun je wel beweging buiten zien. Achteraan zit een heel groot raamvlak op het westen, de lage avondzon kan diep binnenvallen in de woning dankzij de vide. Hierdoor staat de woning open naar het licht, en naar het omliggende groen.

koppel zonder kinderen
De buren richten hun 128 m² niet compact, maar luxueus in. De deelnemers verbeelden zich een grootse binnenkomst langs een pivotdeur in mat glas. Langs een vestiaire, voorbij de zithoek met flatscreen, loop je de open keuken met kookeiland binnen. De bewoners willen een kelder, waar ze kunnen fitnessen. Deze ruimte vangt licht door een verdiepte Engelse koer langs de woning te graven. Boven is de ruimte ook open. Hier slapen de bewoners naast een grote badkamer met inloopkast.
De bewoners beperken ook hier de inkijk vanuit de serre. Licht komt binnen langs het matte glas van de pivotdeur, maar verder is de muur gesloten. De bewoners willen geen grote ramen in de serre. Zo kunnen ze blijven kiezen of ze hun buren willen ontmoeten of net rust nodig hebben. Achteraan plannen de bewoners een jacuzzi met zicht op het groen.

koppel op pensioen
Aangezien dit koppel geen trappen meer kan lopen, willen ze op het gelijkvloers wonen. Een andere doelgroep kan de 128 m² op het eerste verdiep betreden via een trap in de serre. De keuken, eetkamer en de zithoek worden achter elkaar geschakeld. De berging en rolstoeltoegankelijke wc grenzen aan de badkamer en de slaapkamer. Een grote kastenwand tussen de slaapkamer en de leefruimte geeft de ouderen veel bergruimte. Achteraan in deze schikking kunnen de ouderen genieten van een inpandig terras waar ze uit de wind van de zuiderzon genieten.
Deze bewoners willen veel relaties aangaan met de collectieve buitenruimtes. Hun keuken kijkt uit op het plein, om zo van het levendige uitzicht te kunnen genieten. Ook met de serre willen ze veel contact bewaren.

DW3B0035 kopie

 

DE SERRE
Deze collectieve ruimte in het midden van de urban villa is de inkom tot de woningen. In de originele maquette was het een glazen volume, maar de deelnemers vinden dit te warm en akoestisch niet aangenaam.
Het idee om er een orangerie te maken met planten lijkt hen onrealistisch. Want wie gaat al die planten onderhouden? Ook een fietsenberging willen ze niet, want de vele fietsen ogen niet ordelijk nabij de inkom van je woning. Je kan de serre natuurlijk wel gebruiken om even je rollator, fiets of buggy neer te zetten, of om je laarzen uit de wind te zetten na een wandeling. Kinderen zijn welkom om te spelen, en de bewoners kunnen op een bankje zitten. Een fitnesstoestel, een cocktailbar of pingpongtafel kan er ook. In elk geval moeten de bewoners van de vier woningen gezamenlijk over de indeling en het beheer van hun serre beslissen.
Frieda Nuyens ziet in deze ruimte veel potentieel. Ze zit namelijk elke avond na etenstijd samen met haar buurtbewoners in een collectieve ruimte nabij haar assistentiewoning. Ze ziet het helemaal zitten dit moment te kunnen doorbrengen in een grote serre-ruimte.

HET PLEIN
Het plein staat open voor de bewoners van de huizen eromheen. Ze komen hier naar boven vanuit de parkeergarage onder een luifel. Het plein heeft verharde delen, om de grote barbecues te kunnen organiseren. Kinderen spelen er op een grasheuvel. Deze werd tijdens de workshop uitgebeeld door een omgekeerde voetbalgoal.
Onder het plein was een ondergrondse parkeergarage ingetekend. Bewoners zouden ze willen uitbreiden met een kelder per woning. De kosten van een ondergrondse garage en bergingen moeten wel bekeken worden. Een mogelijkheid zou ook zijn het aantal wooneenheden uit te breiden om de kosten te drukken.
De groep zou er ook een zaaltje kunnen bouwen. Door dit te verhuren bekostigen ze collectief de onderhoudskosten van de wijk.

DE OMLIGGENDE GROENZONE
Trage wegen lopen langs de achterkant van dit project. Dit groengebied werd bedacht als een grote moestuin voor de bewoners en de buurt. Dit gebied kan ook een publiek park zijn, dat door de gemeente wordt onderhouden.

TEN SLOTTE
Het enthousiasme was groot. Mensen waren positief over hoe zo’n nieuwe wijk zou kunnen werken. Maar het realiteitsgehalte ging niet verloren. Hoe zorgen we voor voldoende privacy? Hoe gaan we parkeren? Waar komt bezoek binnen? Waar bergen we de rommel op? Waar kunnen we fietsen stallen? Maar vooral: hoeveel kost de collectiviteit?
Een gemeenschappelijke tuin onderhouden, en een parkeergarage bouwen kost geld. Maar door compact te bouwen, op een kleinere bouwgrond bespaart de bewoner geld, zonder aan kwaliteit te moeten inboeten. We stellen hier ruime woningen voor, maar de urban villa’s zouden zeker vijf eenheden rond een serre kunnen dragen. De bouwkosten van de ondergronds parking wordt gedeeld door vijftien woningen. Deze ondergronds is in sommige gemeentes trouwens een verplichting. Het financiële vraagstuk is het onderzoeken waard. Ook met oriëntatie werd veel rekening gehouden. De zon bepaald waar ramen en het terras komt. Zelfs regenafvoeren en rioleringen werden besproken. Telkens werden oplossingen gezocht voor deze uitdagingen.
In de workshops ‘nieuwe wijk voor een dag’ confronteerden we de deelnemers met nieuwe verkavelingsmodellen. We willen bereiken dat mensen op een andere manier naar wonen, densiteit en collectiviteit kijken. De deelnemers gingen actief op zoek naar de troeven binnen deze nieuwe modellen. Ze werkten actief samen, het onderling brainstormen werkte heel inspirerend. Niet alleen het eindresultaat – de quotes, de schetsen en de model op ware grootte – was boeiend. Vooral de dialoog en de inspiratie die deelnemers meenemen naar huis, of naar hun praktijk, maakten deze workshops tot een succes.

In de media:

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s