Verslag lezing 2 Bouwstenen voor een nieuwe wooncultuur

VERSLAG – Op dinsdag 12 april gingen Robin Engels van Origin Architecture & Engineering en Roel Simons van BouwhulpGroep in gesprek over Wonen in verduurzaamd erfgoed. Het was de tweede lezing in de reeks Bouwstenen voor een nieuwe wooncultuur

Met deze lezingenreeks zwengelen AR-TUR en KAMP C het publieke debat over duurzaam wonen in het heden en de toekomst aan. De volgende jaren krijgt Vlaanderen een golf van demografische veranderingen over zich. Dat vraagt naar een discussie over nieuwe woonomgevingen, over het dorp en de stad van de toekomst. Het fenomeen wonen wordt benaderd vanuit de concrete zorg voor de cultuur van het wonen en voor ruimtelijke kwaliteit in een razendsnel veranderende maatschappelijke context. Lees hieronder het verslag van de avond.

Tekst: Kristien Vastenavondt

Vlaanderen heeft een relatief oud patrimonium, dat lang en vaak voor verschillende doeleinden wordt gebruikt. Terwijl woongehelen hoe langer hoe meer onder druk staan van nieuwe normen, zoals bijvoorbeeld de eisen die worden opgelegd in de EPB-regelgeving, moet tegelijk ook de mogelijke erfgoedwaarde bewaakt worden. Een oproep om technisch én cultureel te verduurzamen.

Robin Engels – Origin Architecture & Engineering
over de renovatie van woningen van Victor Bourgeois en Willy Van der Meeren

Origin architecture & Engineering heeft heel wat ervaring met restauraties van monumenten en gebouwen van een hoge historische en architecturale kwaliteit. Duurzaam wonen definiëren zij ruimer dan energieprestaties, voor hen is duurzaam ‘niet belastend voor de toekomst’. In die zin is hergebruiken of doorbestemmen van erfgoed per definitie duurzaam, hoe complex het ook is.

De Brusselse ‘Cité Moderne’ van Victor Bourgeois werd tussen 1922 en 1925 gebouwd in Sint-Agatha-Berchem. Ze is een vroeg en zuiver voorbeeld van een modernistische sociale woonwijk die kadert in de tuinwijkgedachte en werd beschermd als monument in 2000. De 275 woonunits zijn gegroepeerd in huizen en kleine appartementsgebouwen in een sobere, kubistische stijl met platte daken. Veel van het modernistische patrimonium heeft last van betonrot, verouderd schrijnwerk en is aan renovatie toe.

In een eerste fase kreeg Origin van Beliris (de samenwerking tussen de federale staat en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest die onder meer renovatieprojecten realiseert) de opdracht een centraal gebouw met drie bouwlagen aan het Samenwerkersplein aan te pakken, een volume met twee handelszaken op het gelijkvloers en twee appartementen op elke verdieping. De wooneenheden zijn beperkt in oppervlakte (50 m2) en er ontbreken badkamers – de vrijgezellen die er zouden wonen konden zich baden in het gemeenschapshuis. Oorspronkelijk was aan elke handelsruimte een woning gekoppeld, in de nieuwe situatie blijft de indeling behouden maar worden de handelszaken losgekoppeld. Elk appartement krijgt een slaapkamer, een badkamer en een keuken, en de ruimtes die nodig zijn voor de nieuwe technieken zitten verscholen achter een dubbele wand.

De pathologische studie wees uit dat de gebouwen waren opgetrokken in metselstenen en lichte beton, wat positief nieuws was voor de isolatiewaarde van de constructie. De buitenzijde was gecementeerd, de binnenmuren gepleisterd. De vloeren bestonden uit houten roosteringen, het schrijnwerk van de traphal was in staal, het andere schrijnwerk in grenenhout. Het volume werd door Bourgeois vormgegeven volgens de gulden snede, een verhoudingssysteem dat niet verstoord mocht worden en dus ook geen verdikking van de buitenwand duldde. Buitenisolatie was hierdoor onmogelijk en binnenisolatie had te veel nadelen (condensatie, koudebruggen, ruimteverlies), dus er werd gekozen om de bestaande cementbepleistering te vervangen door een isolerend pleistersysteem dat geen met het blote oog merkbare invloed op de maatvoering had en de bestaande aansluitingen voor het schrijnwerk respecteerde. Voor het houten schrijnwerk werd een gemengde oplossing gevonden: de grenen ramen werden gerestaureerd en kregen nieuwe eiken dorpels en dubbel glas. Ook de gesneuvelde glasramen werden grotendeels vernieuwd volgens de studies van de polychromie.

Een tweede project dat door Robin Engels werd toegelicht is de woontoren in Evere van Willy Van der Meeren, een architect die vooral bekend is van zijn prefabarchitectuur. Het sociale woonblok dat hij bouwde voor ‘Ieder Zijn Huis’ had 105 doorzonappartementen, georganiseerd langs ‘straten’, buitengalerijen die telkens toegang geven tot drie bouwlagen. Er werd veel aandacht besteed aan gemeenschappelijke ruimtes, zoals de trappenhallen, het daklandschap en de ontspanningsruimtes, met bijzondere kleurkeuzes en ruimte voor kunst.

De bouwwijze van dit complex was snel, goedkoop en waar mogelijk geprefabriceerd. Enkel de betonnen draagstructuur werd ter plaatse gestort, de gevelelementen werden er in hun geheel aan bevestigd en het metselwerk in de traphallen diende als invulwand. De problematiek voor de renovatie zat vooral in de slecht geïsoleerde prefab gevel, de brandveiligheid, de akoestiek en de beperkte vrije hoogte.

Hoewel het geen beschermd gebouw is, wordt het beschouwd (en dus ook behandeld) als een zeer waardevolle structuur. Het concept werd volledig bewaard, maar de gevels werden in hun geheel vervangen door een nieuw ontworpen prefabpaneel dat voldoende isolerend is en tegelijk zonwering voorziet. Ondanks de doorgedreven renovatie, is de geest van dit project toch bewaard gebleven.

Uit de voorbeelden die gepresenteerd werden blijkt duidelijk hoe moeilijk het is om waardevol modernistisch erfgoed aan te passen aan de eisen en normen van vandaag, zonder het karakter en de ziel te verliezen. Is het normeringskader te ver doorgedreven om erfgoed kwaliteitsvol te kunnen verduurzamen? Origin ziet hierin geen contradictie maar is op zoek naar continuïteit, die ze bereiken door de gebouwen ‘grondig maar beheerst’ onder handen te nemen.

BouwhulpGroep_Renovatie_Philipsdorp

Roel Simons – BouwhulpGroep
over de renovatie van het Philipsdorp in Eindhoven

Philipsdorp is een buurt in het stadsdeel Strijp in Eindhoven, gebouwd vanaf 1910 om te voldoen aan de woningnood van de werknemers van de Philips gloeilampenfabriek. Het fabrieksdorp vormde een leefgemeenschap met eigen winkels, sportvoorzieningen, scholen en verschillende woningtypes voor arbeiders, vaklui en beambten. Het stedenbouwkundige plan van Gerrit De Jongh had een landelijk karakter en voorzag in veel groen: gelukkige werknemers zijn immers productiever.

In de loop van haar honderdjarige bestaan veranderde er echter veel voor de wijk. De woningen werden door de woningcorporatie eigenlijk al na 60 jaar als ‘op’ beschouwd, de technieken hinkten achterop, de bewoners deden zelf allerhande aanpassingen en ook de context van de wijk veranderde. De fabrieken verdwenen en daarmee ook de ontstaansreden van de wijk, het stadion van PSV en grootschalige ontwikkelingen domineren nu het uitzicht, er verschenen meer en meer auto’s in het straatbeeld en Philipsdorp werd steeds meer een curieus eiland binnen al die stedelijke ontwikkelingen. In 2000 dreigde de sloop.

De bewoners beslissen op dat moment om zich te verenigen en willen de opwaardering van hun wijk als ‘bijzonder bezit’: de cultuurhistorische waarde moet erkend worden. De BouwhulpGroep wordt ingeschakeld om de bewoners en de woningcorporatie te begeleiden in het traject naar verduurzaming. Na de inventarisatie van de bestaande situatie, met analyse van het beeld en de plattegronden van elk blok, volgt de bewonersparticipatie. Er wordt veel belang gehecht aan de kennis en de wensen van de bewoners en hun visie op de leefbaarheid. Het levert een pittige wisselwerking op tussen praktische overwegingen en een hang naar authenticiteit, tussen technisch comfort en uitstraling. Uiteindelijk worden comfort en exterieur vastgelegd voor het geheel, en krijgen de bewoners opties voor de plattegronden. De ‘verminkingen’ aan het beeld uit vroegere renovaties worden hersteld en de wijk krijgt weer een uniform karakter. Nieuwe kozijnindelingen, gebaseerd op de oorspronkelijke architectuur, zijn hierbij de belangrijkste dragers.

De realisatie van een aantal proefwoningen is niet alleen een testcase voor de architecten en de aannemers, maar ook een duwtje in de rug voor de bewoners die op dat moment hun laatste twijfels laten wijken voor het enthousiasme over de mooie resultaten en de verbondenheid met de wijk. Het resultaat is een wijk die weer straalt zoals 100 jaar geleden, dankzij de samenwerking en samenhorigheid die het individuele belang wist te overstijgen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s