Verslag lezing 3 Bouwstenen voor een nieuwe wooncultuur

VERSLAG – Op dinsdag 10 mei 2016 verwelkomden we Michiel Verhaegen van osar architecten en Caro Van Dijk tijdens de derde lezing in de reeks Bouwstenen voor een nieuwe wooncultuur met als thema ‘Wonen in een zorgende omgeving’. 

Met deze lezingenreeks zwengelen AR-TUR en KAMP C het publieke debat over duurzaam wonen in het heden en de toekomst aan. De volgende jaren krijgt Vlaanderen een golf van demografische veranderingen over zich. Dat vraagt naar een discussie over nieuwe woonomgevingen, over het dorp en de stad van de toekomst. Het fenomeen wonen wordt benaderd vanuit de concrete zorg voor de cultuur van het wonen en voor ruimtelijke kwaliteit in een razendsnel veranderende maatschappelijke context. Lees hieronder het verslag van de avond.

Tekst: Kristien Vastenavondt

Een vergrijzende bevolking vraagt om meer en aangepaste infrastructuur, maar hoe willen ouderen wonen? Hoe bieden we zorg aan zonder het welzijn uit het oog te verliezen?

Michiel Verhaegen – osar
over het ‘rusthuis van de toekomst’ en kleinschalig wonen voor ouderen

Osar richt zich als bureau uitsluitend op zorgopdrachten, gebouwen die door hun gebruikers de klok rond en dus zeer intensief gebruikt worden. Hun uitgebreide ervaring omvat onder meer ziekenhuizen en zorgcentra voor jongeren, ouderen en psychiatrische patiënten.

big_hoogstraten0205

ontwerp van osar architecten voor ouderenwoningen in Hoogstraten

Bestaat er wel zoiets als een ‘rusthuis van de toekomst’? Terwijl ‘rusthuis’ op zich al een verouderde term is, vervangen door WZC of woonzorgcentrum, is de vergrijzing vandaag al volop aan de gang. Bovendien duurt de realisatie van dergelijke projecten gemiddeld 8 jaar, dus het ‘rusthuis van de toekomst’ is vandaag al ontworpen.

Als ouderen verhuizen naar een WZC, zou deze omgeving in principe ‘beter’ voor hen moeten zijn dan hun eerdere woonsituatie. Uit onderzoek blijkt echter dat bewoners er zelden zelf voor kiezen om in een WZC te wonen en dat het medicatiegebruik er opvallend hoog is. Een verblijf in een WZC duurt gemiddeld dan ook maar 18 maanden. Bewoners hebben het bijzonder moeilijk met het leven in groep en de beperkte vrijheid die ze ervaren in hun dagschema, inrichting van hun leefomgeving en andere voorkeuren zoals wat en wanneer ze eten. WZC zijn immers aanbodgestuurde organisaties, die een pakket diensten aanbieden dat nauwelijks op het individu is afgestemd. Maar als niemand er wil wonen, waarom bouwen we ze dan?

Oswald & Wahl onderzochten welzijn bij ouderen en ontdekten dat welzijn net ontstaat als autonomie en identiteit versterkt worden. Het gevoel deel uit te maken van de maatschappij, woontevredenheid, betrokkenheid bij hun ‘thuis’, zelfredzaamheid en zelfbeschikking spelen hierin een belangrijke rol. Het is dus aan organisaties en ontwerpers om hier rekening mee te houden.

Vraaggestuurde ondersteuning komt hieraan tegemoet door de bewoner centraal te stellen en uit te gaan van zijn of haar specifieke situatie, als koppel, alleenstaande of zorgbehoevende. De nood van de oudere wordt waar mogelijk ingevuld door zichzelf, daarbij ondersteund door het gezin, familie en vrienden en wanneer nodig uitgebreid door reguliere diensten zoals familiehulp en ondersteuning vanuit het WZC. KU Leuven onderzocht de rol van architectuur in woontevredenheid, en leerde dat vrijheid in gebruik van de ruimtes (opstaan, eten, buitengaan, …), sociale contacten in voldoende gedifferentieerde gemeenschappelijke ruimtes en huiselijkheid de centrale thema’s zijn.

big_interieurmenos02766

Ontwerp osar architecten voor WZC Mandana Genk

WZC Mandana in Genk lijkt in niets meer op het klassieke rusthuis met lange gangen, individuele kamers en een gemeenschappelijke ruimte met standaardmeubilair. De vierkante meters die normaal als gang worden voorzien worden verdeeld over verschillende gemeenschappelijke ruimtes en grotere kamers. Bewoners van dit woonzorgcentrum voor mensen met psycho-organische stoornissen of dementie hebben baat bij kleine leefgroepen. De gebouwen zijn opgevat als huizen, klein van schaal en geïntegreerd in de typologie van de omliggende tuinwijk, met eigen voordeuren en tuintjes. De 8 bewoners hebben elk een eigen kamer, die rechtstreeks uitkomt op een leefruimte, met meubels uit hun eigen interieur. Het ontbreken van gangen en de directe relatie met de keuken, leefruimte of tv-ruimte maakt dat ze veel langer hun eigen plek herkennen en terugvinden.

In 2012 lanceerden de Vlaams Bouwmeester en de Vlaamse minister van Welzijn een oproep voor de bouw van innovatieve zorginfrastructuur. Vzw Astor wilde radicaal breken met het klassieke model van het ‘rusthuis’ en biedt in Geel levensbestendig wonen zonder overheidssubsidies. De bedoeling is dat ouderen tijdig naar dit project verhuizen zoals naar een private huurwoning, met keuze uit verschillende soorten flats in een negental gebouwen in een ruim park. Alle woningen zijn verbonden met een gemeenschapscentrum dat niet alleen toegankelijk is voor bewoners maar ook voor ouderen uit de omgeving. Het ondersteunt het gemeenschapsgevoel, stimuleert ontmoeting en maakt zorg toegankelijk. De zorgondersteuning evolueert mee met de individuele zorgvraag, zonder dat de bewoner nog moet verhuizen. De uiteindelijke ambitie is dat de kwaliteit van de architectuur het welzijn bevordert en bovendien de kosten drukt.

Caro van Dijk – Caro van Dijk Architectuur
over woonzorg in Japan

Ook Caro van Dijk ontwerpt altijd voor mensen ‘waar iets mee is’, op het snijvlak van architectuur en interieur. Ze vindt aanknopingspunten in de wetenschap en omgevingspsychologie en hecht veel belang aan de menselijke factor als ze ontwerpt voor bewoners met autisme, dementie of hersenletsels.

De ouderenzorg in Nederland wordt getypeerd door een bepaald type rusthuis, het zogenaamde Willem Dreeshuis. Het heeft zijn naam te danken aan Dr. Willem Drees, verantwoordelijk voor de opbouw van de Nederlandse verzorgingsstaat vanaf de jaren ’50, en werd overal in Nederland gebouwd volgens hetzelfde model. De verzorgingsstaat en de bejaardentehuizen zijn vandaag de dag echter niet meer betaalbaar voor de overheid, en senioren willen er ook niet meer op hun 65e naartoe verhuizen. De babyboomgeneratie gaat op zoek naar alternatieven en ontplooit nu zelf initiatieven, weg van het egalitaire en georganiseerd van onderuit, zoals woongroepen en zorgcoöperaties. Een boeiende vraag hierbij is dan: als je niet vastzit in een zorgtraditie zoals in Nederland, wat gebeurt er dan met ouderen? Op zoek naar een antwoord deed Caro Van Dijk onderzoek naar ‘koreisha’ of oudere personen in Japan, waar de piek van vergrijzing eerder kwam dan in Europa en waar weinig tot geen zorg vanuit de overheid voorzien wordt.

Sociale, culturele en economische aspecten spelen hierin uiteraard een rol: robots worden er bijvoorbeeld heel makkelijk geaccepteerd als goedaardig wezen. Kinderen die veraf wonen kunnen de zorgplicht tegenover hun ouders als het ware afkopen: als je hulp biedt aan iemand uit je omgeving, krijg je een ‘tegoedbon’ voor geleverde zorg, waarmee je ouders dan weer iemand kunnen vergoeden die hen ondersteunt – zorgruilhandel als het ware.

Japan kent verschillende woonzorgtypologieën, van verpleeghuizen over meergeneratiehuizen tot buurtvoorzieningen en wooncollectieven. Verpleeghuizen bestaan in verschillende gedaantes, maar aangezien er geen overheidssteun is zijn deze erg duur. Het zijn vaak relatief nieuwe, heel mooi vormgegeven complexen met een hoog niveau van service. Ze zijn vergelijkbaar met een hotel, luxueus vormgegeven maar met een redelijk generieke uitstraling.

13025-typo-coll-all-e1392581784282

Woontypologieën uit het onderzoek Koreisha – Caro van Dijk

Ook in Nederland en België was het vroeger niet ongewoon dat meerdere generaties onder een dak woonden. In Japan heeft de oudste zoon nog steeds de plicht om voor zijn ouders te zorgen, en krijgt het begrip privacy een andere invulling dan in het westen. Traditioneel zijn woningen overigens niet onderverdeeld in kamers, maar met een systeem van schuifwanden kunnen wel ruimtes afgescheiden worden. Meergeneratiehuizen komen dus regelmatig voor, in allerlei vormen.

Om ouderen deel te laten nemen aan het gemeenschapsleven bestaan er zorgorganisaties, gerund door professionals of vrijwilligers, die op een heel flexibele en laagdrempelige manier voor een dagbesteding zorgen. Op zich zijn dit geen vernieuwende concepten, maar een aantal architecten slagen erin ze mooi en zorgvuldig vorm te geven, zoals Sanaa en Yamamoto.

Daarnaast wordt er geëxperimenteerd met vormen van collectief wonen, een nieuwe trend die eerst opdook bij jongeren in Tokyo, maar nu ook door andere leeftijdsgroepen wordt opgepikt. Traditioneel is het ongebruikelijk om met anderen dan familieleden samen te wonen, en nog steeds is het moeilijk om dit soort projecten op lange termijn te laten slagen. Ook het Community Area model speelt met de grenzen van privaat en publiek en beoogt een meer inclusieve samenleving door participatie en het mengen van functies.

Japan en het Westen hebben een erg verschillende benadering van wonen en omgaan met ouderen. Een blik op elkaars waarden en gewoontes is hoe dan ook leerrijk voor iedereen. Dat diversiteit nodig is bijvoorbeeld, goede tradities niet overboord hoeven gegooid te worden, verandering niet ‘van boven’ komt en misschien de belangrijkste les van allemaal: de oplossing is niet altijd een gebouw.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s