Verslag lezing 5 Bouwstenen voor een nieuwe wooncultuur

VERSLAG – Op dinsdag 20 september 2016 heetten AR-TUR en Kamp C u van harte welkom bij de vijfde avond in de lezingreeks Bouwstenen voor een nieuwe wooncultuur. Pieter Walraet van KPW architecten sprak over Veranderingsgericht wonen. 

Met deze lezingenreeks zwengelen AR-TUR en KAMP C het publieke debat over duurzaam wonen in het heden en de toekomst aan. De volgende jaren krijgt Vlaanderen een golf van demografische veranderingen over zich. Dat vraagt naar een discussie over nieuwe woonomgevingen, over het dorp en de stad van de toekomst. Het fenomeen wonen wordt benaderd vanuit de concrete zorg voor de cultuur van het wonen en voor ruimtelijke kwaliteit in een razendsnel veranderende maatschappelijke context. Lees hieronder het verslag van de avond.

Tekst: Kristien Vastenavondt

Pieter Walraet – KPW architecten
over levensloopbestendig en veranderingsgericht wonen

Het lijkt wel een typisch Vlaamse gewoonte om een woning te bouwen en daar dan een heel leven te willen blijven wonen. In die lange tijd is er eigenlijk maar een korte periode waarin de woning helemaal is afgestemd op de behoeften van de bewoners, de rest van de tijd is het vaak een kwestie van ‘nog niet’ of ‘niet meer’: ruimtes voor kinderen die er nog niet zijn of er niet meer wonen, een tuin waar nog geen tijd of geen kracht meer voor is, veel vierkante meters voor steeds minder activiteit.

KPW heeft het over ‘woonpaden’, het woontraject dat mensen afleggen door de jaren heen en erg individueel is, maar in Vlaanderen toch vaak lijkt op ‘ter plaatse trappelen’.
Het is voor velen blijkbaar een moeilijke stap om dat vaak zelfgebouwde eigen huis te verlaten, maar tegelijk zijn er veel argumenten om het wél te doen: op persoonlijk vlak omwille van het comfort van een woning aangepast aan je behoefte, het onderhoud en de kostprijs, op iets grotere schaal omwille van de optimale inzet van het woonpatrimonium en de mogelijkheden die het biedt om te differentiëren en zorg op maat te voorzien.

KPW architecten probeert dit te counteren door bij de start van een project steeds op zoek te gaan naar een soort van wij-aandeel. Wat delen we? Waar ligt de witruimte? Het is de vibrerende ruimte waar ‘leven’ kan plaatsvinden, tussen de verschillende ruimtes, tussen de woning en de straat, tussen functies, en die ook de veranderende behoeftes kan opvangen.

De vraag van een familie om in Kessel-Lo een nieuwbouwwoning te bouwen voor drie generaties (een zoon met zijn gezin en zijn ouders, die zo lang mogelijk zelfstandig willen blijven wonen) resulteert in een gestapelde tweewoonst, met een gelijkvloerse woning aangepast aan levenslang wonen en een duplex appartement. De entree geniet van aangename lichtinval en krijgt een upgrade tot ontmoetings- en overgangsruimte.

londerzeel_06

Collectief wonen in Londerzeel door KPW architecten.

In Londerzeel wil een vader de erfenis van zijn bouwgrond regelen en tegelijk zijn zorgprobleem oplossen. Na een goed gesprek met de stedenbouwkundige diensten kunnen er zeven units gebouwd worden op de plaats van één overmaatse villa. Dankzij niveauverschillen en een aantal knooppunten in de circulatie slagen de architecten erin om het juiste evenwicht te vinden tussen privacy en interactie, met de kwaliteiten van een woonerf. Zoals Koen Van Synghel het omschrijft in ‘Modelwonen in de verkaveling’: “Onderhuids levert de Beemden een model voor kangoeroewoningen waar moeiteloos al dan niet bejaarde, mindervalide of hulpbehoevenden mee kunnen ‘inwonen’, zonder dat de privacy van het kerngezin moet worden opgeofferd. De architecten brengen hier een slimme woonarchitectuur die voor heel wat verouderde verkavelingen, met grote parkachtige tuinen, inspirerend kan werken als alternatief voor de te grote, uitgeleefde en energetisch onverantwoorde villa’s.”

Voor de sociale bouwmaatschappijen zijn de vage tussenvormen tussen publieke en private ruimte vaak moeilijk omdat ze te ongedefinieerd zijn. In de Gandhiwijk in Mechelen vormen de gebouwen door hun inplanting een omsloten binnentuin, waarbij de circulatie wordt ingezet als ‘rustige aanwezige’ en een gevoel creëert van ruimte en samenwonen voor de 64 bewoners. Door een beetje overmaat te voorzien is er ruimte voor verandering voor de mindervalide of oudere bewoners. Het potentieel om woningen met elkaar te verbinden en zo de aanpasbaarheid ook door te trekken op gebouwniveau, werd nog niet volledig benut, net als de optie om de sociale mix te vergroten.

Als de VMSW met een pilootproject uit haar eigen patrimonium wil onderzoeken hoe ze een project veranderingsgericht kan aanpakken, vormt KPW het gelijkvloers van een appartementscomplex in Zelzate om van bergingen en andere secundaire functies tot een buurtruimte. Het toevoegen van een nieuw programma biedt kansen voor een revitalisatie van het maaiveld, en enkele belangrijke aanknopingspunten (een entreeplein met fietsenstalling, een kiosk en een buurttuin) zorgen voor een sterkere verankering in de buurt. Deze ruimtes blijven een fragiel gegeven, nazorg zal nodig zijn en er is wat onzekerheid over mogelijk ‘verkeerd gebruik’. KPW is er echter van overtuigd dat collectiviteitswinsten alleen mogelijk zijn als de ‘witruimte’ aangeboden wordt en het project voldoende potentie in zich draagt.

Ook vanuit materiaaltechnische insteek gaat KPW op zoek naar mogelijkheden om veranderingsgericht te bouwen. Dat leidde onder meer tot een componentgerichte aanpak, waarbij de gebouwdelen die het meest aan verandering onderhevig zijn – zoals schrijnwerkgehelen – zo ontworpen worden dat ze makkelijk te vervangen zijn. Vanuit een ambitie om een sociaal netwerk te organiseren en bewoners zo lang mogelijk in dezelfde omgeving te laten wonen, wordt het monofunctionele schema vervangen door een diversiteit aan woontypes die op een eenvoudige manier uitbreidbaar, opdeelbaar en flexibel zijn. Zo is er een heel scala aan scenario’s en combinaties mogelijk en kan het patrimonium van een woonmaatschappij zich makkelijker aanpassen aan de noden van het moment. Of het in de praktijk ook haalbaar zal zijn om de hele puzzel van bewoners zo te leggen dat ieder een woning op maat kan krijgen, zal nog moeten blijken.

zobe_06_schema-collectief-programma-01

collectief wonen in Bevel – KPW architecten.

Een laatste project dat wordt toegelicht is een boerderijdomein in Bevel, waar een programma van 30 wooneenheden en plaats voor 60 wagens moet gerealiseerd worden. Om de densiteit te compenseren en kwaliteitsvolle open ruimte te kunnen garanderen, opteren de architecten voor ondergronds parkeren. Die keuze roept vragen op bij het begrip ‘duurzaamheid’: is het duurzaam om in die context 2 auto’s per wooneenheid ‘uit het zicht’ te willen stallen door ze ondergronds te duwen? Zijn er geen duurzamere alternatieven als het op transport en mobiliteit aankomt?

Er zijn verschillende woontypes in het project voorzien: van boemerangwonen (volwassen kinderen die na verloop van tijd terug bij hun ouders komen inwonen), mikadowonen (voor nieuw samengestelde gezinnen), multigenerationeel wonen of gestippeld wonen (waarbij bepaalde ruimtes gedeeld worden).

Uitgangspunt van al deze nieuwe woontypologieën, in al hun tussenvormen en tussenmaten, is dat de woningen altijd gebruikt kunnen worden als een ‘normale’ woning voor het klassieke kerngezin, of er terug kunnen naar omgevormd worden. Het is immers nog maar de vraag of er op termijn voldoende kandidaten zullen zijn voor al die verschillende woonvormen. Ook de al iets of wat ingeburgerde co-housingprojecten kampen soms nog met moeilijkheden om bewoners te vinden. De duurzaamheid van een project zal dan ook vooral blijken uit zijn slaagkansen in de tijd.

 

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s