Verslag: Fietsen langs vernieuwende architectuur

20180617_ar-tur_architectuurfietstocht_445

VERSLAG – Zondag 17 juni 2018 zakten honderd architectuurliefhebbers uit heel België af naar wat Knack Weekend “ooit het mekka van de vernieuwende architectuur” noemt. Met de fiets werden vier Turnhoutse voorbeelden van vooruitstrevende architectuur bezocht. Met aandacht voor zowel verhalen uit het verleden als voor uitdagingen in de toekomst.

Tekst: Wouter Adriaensen
Foto’s: Pieter de Ruijter (tenzij anders vermeld)

“In de jaren zestig vielen drie Turnhoutse bureaus op dankzij hun eigen modernistische stijl: dat van Paul Neefs, het Atelier Vanhout & Schellekens en het bureau van Lou Jansen en Rudi Schiltz”, vertelt Evelien Pieters van AR-TUR. “Onze uitvalbasis, cultuurhuis de Warande, werd bijvoorbeeld ontworpen door Carli Vanhout, Paul Schellekens, Frans Schoeters en Eugène Wauters. Het huis van Jozef Schellekens is een voorloper van de Turnhoutse School. Het architectenbureau annex woning aan de Parklaan en het Clarissenklooster werden getekend door Carli Vanhout en Paul Schellekens, voor de jongensschool Sint-Victor werkten ze samen met Lou Jansen en Rudi Schiltz.”

Huis Schellekens (1935-36)

Onze eerste halte is de dubbelwoonst Schellekens – Op de Beeck, ontworpen door Jozef Schellekens (1909 – 1963). Het gebouw is L-vormig, kubistisch, rechtlijnig, met opvallende raampartijen. “Zo’n avant-gardistische woning werd niet goed onthaald in het conservatieve Turnhout”, weet gids Riet. “Ooit heeft zelfs het plan op tafel gelegen om er een zadeldak op te plaatsen. Zo ver is het gelukkig niet gekomen.”

Via een kleine voorhal komen bezoekers in de hoge ontvangsthal, die diende als wachtzaal voor de werkkamer van architect Schellekens. Naast de afmetingen vallen ook de felle kleuren op. Van de werkkamer leidt een nauw gangetje met aan weerszijden boekenkasten naar de studeerkamer, met een mooi zicht op de tuin, en daarnaast de woonkamer. Die is verdeeld in een eethoek en twee zithoeken, een naast de tuin en een met verlaagd plafond.

Het kubistische en rechtlijnige valt ook binnen op. De keuken en de badkamer er pal boven zijn precies even groot. Het platte dak van de garage vormt een groot terras aan de slaapkamers van de ouders. Riet vertelt er een ontroerend verhaal. “Achter de verf zit een frivool naakt verstopt. Tijdens de Tweede Wereldoorlog beviel de eerste vrouw van Schellekens thuis van hun vierde kind. Toen hij eindelijk thuiskwam met de arts, was zijn echtgenote al in een coma. De pastoor liet het schilderij achter het bed bedekken.” In een hoek van de slaapkamer plaatste Schellekens, zoon van een timmerman, een kaptafel voor zijn grote liefde.

In de slaapkamers boven staan boeken, documenten en plannen, onder meer van Architects in Motion (AIM), het Turnhouts architectenkantoor dat de woning volledig in oorspronkelijke staat liet terugbrengen in 2012. Toch is het huis van Jozef Schellekens geen museum. Vandaag verblijven er regelmatig kunstenaars voor langere tijd.

“Het is boeiend om te zien hoe compact een gezin met zes kinderen toen al kon leven”, vindt deelneemster Martine Stappers. “De tuin is ook klein maar toch erg afwisselend. En de geschiedenis herhaalt zich. Ook vandaag zoeken we naar oplossingen om op kleinere oppervlaktes te wonen.”

Atelierwoning Vanhout & Schellekens (1964)

Van het huis van Schellekens is het niet ver fietsen naar het architectenbureau AIM, dat gevestigd is langs de ring rond Turnhout. De plannen voor dit gebouw werden getekend door Carli Vanhout en zijn schoonbroer Paul Schellekens. “Het gebouw gaat op in haar omgeving en de natuur wordt ook binnen getrokken, onder meer met een doorlopende plantenbak en met een patio”, vertelt gids Jeanine. “Daarin merk je een duidelijke Scandinavische invloed.” Tegelijk is het een mooi voorbeeld van het brutalisme uit de Turnhoutse School. “De donkere bakstenen en het beton vormen één harmonieus volume. Er werd gebruik gemaakt van de lelijkste, afgekeurde bakstenen. Brutalisme is niet bruut, wel eerlijk.”

AIM is het architectenbureau van Luc Vanhout, zoon van Carli Vanhout, en Bart Janssens. Vooraan in de kantoorruimtes werken ongeveer 35 mensen aan dossiers, plannen en maquettes. De verschillende niveaus lopen in elkaar over. De rode trapleuning vormt een handige leidraad. Achterin het gebouw bevindt zich de vroegere woning van het gezin Vanhout. Na het overlijden van Carli woont zijn vrouw er vandaag nog steeds. Opvallende interieurelementen zijn de gele deuren, de typische verlaagde zithoek en de magnifieke betonnen schouw.

“Als je dit gebouw nu ziet, is dat nog steeds heel modern”, vinden deelnemers Myriam, Ingrid, Paul en Filips. “Sommige gebouwen zijn gedateerd na vijftien jaar, andere zijn na honderd jaar nog tijdloos en daar is dit een goed voorbeeld van. Hoe de dubbele functie is ingevuld, hoe het licht wordt binnengetrokken, hoe ruimtelijkheid en compactheid gecombineerd zijn, daar kunnen we nog steeds iets van leren.”

Jongensschool Sint-Victor (1966-70)

Vlak naast de Warande bevinden zich de gebouwen van het Sint-Victor. Carli Vanhout en Paul Schellekens hadden schoolgelopen bij de Broeders van Liefde en mochten eind jaar zestig een nieuwe jongensschool ontwerpen. “Daarvoor werd liefst 9000 kubieke meter beton gebruikt”, vertelt gids Edith Wouters van AR-TUR. “Helaas werd niet overal de minstens twee centimeter dekking voorzien die nodig is. Daardoor komt de wapening bloot te liggen, een fenomeen dat bekend staat als betonrot.”

Vanhout en Schellekens lieten zich inspireren door grote, vernieuwende voorbeelden, waaronder het klooster Saint Marie de la Tourette van de Zwitsers-Franse architect Le Corbusier en de Peter Panschool in Sint-Gillis van Léon Stynen, een studiegenoot van Jozef Schellekens. Er zijn twee speelplaatsen buiten, waarvan een boven een ruime parkeergarage, en een binnen voor de kleuters.

Met trappen in alle hoeken, parallelgangen en talloze lokalen zijn de richtingspijlen die de directie binnen liet ophangen geen overbodige luxe. In het gebouw op de Parklaan werd de natuur nog binnen getrokken, hier gebeurde dat pas de voorbije jaren. Voordien waren de speelplaatsen stenen woestijnen. Ook de geverfde muren binnen kwamen er later om de betonnen vlakken te doorbreken.

In de gangen werden sommige van de raampjes op vloerniveau afgedekt om de isolatie te verbeteren. Tussen de twee buitenspeelplaatsen is een glazen wand geplaatst tegen de tocht. “Vandaag kijken we anders naar de dingen dan in de golden sixties. Zo is er een helling van de speelplaats op de eerste verdieping naar beneden. Op die manier konden de leerlingen sneller terug in de klas geraken. De architectuur van dit gebouw zegt dus ook iets over de visie op onderwijs destijds.”

Sint-Victor kreeg onlangs subsidies van de Vlaamse Regering om een nieuwbouw te financieren. Daardoor zal dit deel van de school vrij komen en een nieuwe bestemming moeten krijgen.

Clarissenklooster (1967-70)

De laatste fietstocht brengt ons via het rustieke fietspad van het Bels Lijntje naar het groene noorden van Turnhout. In 1883 vestigden de clarissen zich in het centrum van de stad. “Elke dag moest ik van mijn ouderlijk huis naar de ochtendmis in de kerk in de Otterstraat”, herinnert architect Paul Schellekens, zoon van Jozef Schellekens, zich. “Na bijna honderd jaar was het klooster eind jaren zestig helemaal uitgeleefd. De nonnen moesten zich met een vuurpot verwarmen op hun kamer.”

Turnhoutenaars Vanhout en Schellekens krijgen opdracht een nieuw klooster te tekenen. Dat zal gebouwd worden op gronden in het groene noorden van de stad. “Het waren de vrije jaren zestig dus hadden we het idee om de cellen van de nonnen te groeperen rond een centrale hal. In de spreekkamers plaatsten we één lange tafel om bezoekers en nonnen van elkaar te scheiden. Daar is later wel een hek op gezet.” De centrale hal, met donkerrode deuren en ruwe bakstenen, ligt er nog bijna net zo bij als toen het klooster de deuren opende. In de onthaalruimte vooraan en in de eetzaal achteraan werden tot spijt van de architect zelfs extra tussenmuren geplaatst.

De volgens Schellekens “meest gekwetste ruimte” van het gebouw is de kapel. “Oorspronkelijk zaten de nonnen achter het altaar. Op den duur ging dat niet meer. Een twintigtal jaar geleden hebben we daarom de zijwand opengebroken en achter het altaar een nieuwe wand gezet. Daardoor veranderde de lichtinval in de kapel natuurlijk helemaal.”

In het van de buitenwereld afgescheiden gedeelte van het gebouw combineerden de architecten het weidse uitzicht over de Turnhoutse velden, door grote raampartijen die ook het licht binnentrekken, met intieme binnenruimtes. Wie vroeger de mis volgde in de kapel, kon door de lage raampjes kilometers ver over de velden kijken. De werkplaatsen, waar vroeger hosties gemaakt werden en kleren werden gewassen, zijn vandaag niet meer in gebruik. In de tuin van de zusters werd de voorbije jaren het nieuwe woonzorgcentrum Sint-Lucia opgetrokken.

Toen het nieuwe klooster gebouwd werd, woonden er nog zestig nonnen. Vandaag zijn er dat nog zes en twee buitenzusters. In tegenstelling tot Sint-Victor is het Clarissenklooster erg goed bewaard. Maar ook hier moet nu al nagedacht worden over een nieuwe toekomst voor dit gebouw.

Deze architectuurfietstocht organiseerde AR-TUR samen met Knack Weekend en Architects in Motion. Met dank aan school Sint-Victor en het Clarissenklooster voor de gastvrijheid en aan de gidsen en vrijwilligers.

“Met de fiets kun je een stad echt voelen, ruiken, zien. Bovendien is je actieradius groot genoeg en ben je toch mobieler dan wanneer je enkel gebouwen binnen wandelafstand gaat bekijken. Voor mij mochten we zelfs nog wat verder gegaan zijn, al begrijp ik wel dat dat ook afhankelijk is van het weer. Maar een prachtig initiatief dus. Als AR-TUR nog eens een fietstocht organiseert, sta ik weer paraat.” – deelnemer Lucas De Rijck