Verslag – Workshop Dorpsarchitectuur: op zoek naar een vocabularium en instrumentarium

20191211_ar-tur_workshop-dorpsarchitectuur_332

VERSLAG – Op 11 december 2019 verzamelde een diverse groep van meer dan 75 architecten, beleidsmakers, dorpsbewoners, experten en studenten in Malle rondom eenzelfde thema: dorpsarchitectuur. Vanuit de probleemstelling dat de kernen van Kempense dorpen razendsnel veranderen, en onder druk van winstbejag meestal niet in goede zin, zetten de deelnemers een eerste stap in de richting van een antwoord op de vraag: wat is goede dorpsarchitectuur en hoe kom je tot goede dorpsarchitectuur? Enkele inspirerende presentaties en casussen hielpen de discussie alvast op weg. In dit verslag vind je tot welke eerste inzichten de sprekers en deelnemers samen kwamen. De werksessie is een eerste stap in het Kempenlab waarin AR-TUR werkt aan een Toolbox Dorpsarchitectuur.

Foto’s: Pieter de Ruijter
Tekst: Gitte Van den Bergh, Edith Wouters, Evelien Pieters

20191211_ar-tur_workshop-dorpsarchitectuur_435

Vocabularium

Wat is goede dorpsarchitectuur? Op zoek naar een woordenschat

Het antwoord op de vraag is niet zomaar rechtlijnig te geven. Wel staat vast dat de impact van een minder kwalitatief project op de kleinere schaal van een dorp groter is dan in een meer stedelijke omgeving. Het belang staat dus niet ter discussie. Zo stelt ook Ward Verbakel (KULeuven/Plusoffice architects), die de werksessie inleidt met voorbeeldprojecten en de inventarisatie van bestaande dorpsarchitectuur in de dorpskernen van Westmalle en Onze-Lieve-Vrouw-Olen door thesisstudenten van KULeuven. Aan de hand van de voorbeelden van goede dorpsarchitectuur die de deelnemers zelf meebrachten, gaan de groepen op zoek naar een ‘woordenschat’ om over de kwaliteit van dorpsarchitectuur te spreken. De bevindingen vormen een eerste opzet voor een vocabularium.

Dorpsarchitectuur is onlosmakelijk verbonden met de context, en in het bijzonder het landschap rondom. Het behouden van de openheid van de dorpskern met een kleine korrel en linken naar het landschap is daarom relevant. In de eerste plaats moet bijkomende grondinname vermeden worden, door een onderzoek naar de noodzaak van het nieuwe gebouw. Volgens de deelnemers is bij goede dorpsarchitectuur de relatie met de straat zorgvuldig vormgegeven met behoud van de tussenruimte tussen gebouwen. Anders dan het louter invullen van de maximaal toelaatbare footprint, onderzoekt goede architectuur een invulling van het perceel of de site die ruimte laat en een doorsteek of een zicht behoudt of creëert.

20191211_ar-tur_workshop-dorpsarchitectuur_159

Veelgenoemd is het belang van de doorwaadbaarheid van het dorp met trage wegen en voldoende ruimte voor de wandelaar en spelende kinderen. Auto’s nemen op dit moment steeds meer de betekenisvolle plekken van een dorp in. Een kwaliteitsvolle vormgeving van het wegprofiel, met voldoende ruimte voor langzaam verkeer en groen, draagt bij aan de dorpse beeldkwaliteit.

Een belangrijke reden waarom mensen graag in een dorp wonen is de waardering voor het private, maar ook om sociale relaties aan te gaan met de buren. De aanleg van buitenruimtes speelt hier een belangrijke rol in. Publieke buitenruimte heeft nood aan voldoende sociale controle. Buitenruimte kan ook collectief zijn, zoals bij een begijnhof. De manier waarop grenzen tussen het publieke en private domein worden vormgegeven, lijkt essentieel voor een passende dorpsarchitectuur, net als het toelaten van informele ontmoeting.

vocabularium_verslag workshopGoede dorpsarchitectuur speelt in op de dorpse schaal op mensenmaat en zorgt voor een specifiek ritme, bijvoorbeeld door het vermijden van brede gevels, het benadrukken van ‘virtuele perceelsgrenzen’ en het werken met subtiele hoogteverschillen. De context brengt eigen typologieën met zich mee. De schaalvergroting van typologieën leidt op dit moment tot een reeks van ongewenste ‘jumbo’-types. Traditioneel gezien boden de typologieën in een dorp die een grotere schaal hadden zoals de pastorie, de dokterswoning, de school en de kerk, tegelijkertijd een plek van rust door de strategische plaatsing van een boom, of de aanwezigheid van een pleintje of park. Het ging om plekken met een dorpse generositeit, waar ruimte werd gecreëerd om te verblijven en anderen te ontmoeten. Als men nu gebouwen van een grotere schaal wil bouwen in een dorp, is deze combinatie een belangrijke nuance. Het verdwijnen van historische types zoals de langgevelhoeve wordt als een verlies ervaren. Els Nulens houdt in haar lezing een pleidooi voor de rijwoning. Deze verticaal gerichte typologie weerstaat de tand des tijds, waarbij het afwerken van zijkanten niet mag vergeten worden. De lengte-breedteverhouding van de gevel is afhankelijk van de typologie te bepalen. Algemeen wordt horizontaal gerichte architectuur niet als dorps ervaren, en hanteert men verticale proporties. Een nuancering is te maken voor dorpskernen waar de langgevelhoeve juist een beeldbepalend horizontaal georiënteerd type is.

Het belang van individualiteit, eigenheid en herkenbaarheid is een ander aspect dat wordt aangehaald door de deelnemers aan de werksessie. Historische gebouwen bieden daartoe aanknopingspunten. De uitdaging ligt erin een vertrouwd beeld te creëren, maar tegelijkertijd een architectuur te realiseren die voldoende algemeen is om ook toekomstgericht te zijn. Er wordt verwezen naar de beperkte woonvormen die de meeste appartementsgebouwen bieden. Het wonen wordt hier verengd tot het twee- of drie-slaapkamerappartement. Zijn er niet veel meer woonalternatieven mogelijk? Het is zaak om het juiste evenwicht tussen zowel heterogeniteit als homogeniteit te bereiken. Ook de verschijningsvorm van gebouwen en het gevelontwerp spelen hier een belangrijke rol. De deelnemers denken aan gebruik van de lokale baksteen, met een coherent kleurenpalet, veel geveldetails, een dakvorm die aansluit bij de traditionele zadeldaken en veelal een verticale raamcompositie om een gevel op te bouwen die als ‘dorpsvriendelijk geclassificeerd kan worden.

Veel dorpen kennen ook stukken ‘stad’, net zoals de meeste steden ook ‘dorpse’ buurten kennen. In de zoektocht naar tools voor goede dorpsarchitectuur, kunnen we bekijken of we aspecten van specifieke, goede stedelijke architectuur kunnen overnemen. In steden is bouwen met het oog op conversie heel gangbaar, maar ook in dorpen is het relevant naar duurzaamheid toe.

20191211_ar-tur_workshop-dorpsarchitectuur_787

Instrumentarium

Hoe kom je tot goede dorpsarchitectuur? Op zoek naar een beleidsstrategie

Zowel beleidsmakers als architecten ervaren dat de klassieke ‘voorschriftenarchitectuur’ niet werkt. Al te vaak zoeken opdrachtgevers de maximale grenzen hiervan op, en zien gemeentes zich genoodzaakt niet-kwalitatieve projecten goed te keuren omdat ze binnen de voorschriften passen. Andersom zijn er ook projecten die kwalitatief zijn, maar in strijd met de regeltjes. Er is dus nood aan een transitie, niet alleen in het instrumentarium, maar ook in de rol van beleidsmakers.

De angst heerst dat de dorpse identiteit gaat verdwijnen. Maar wat is nu juist die identiteit? Eerst en vooral is het zaak om te kijken wat de juiste dingen zijn om te behouden, welke kwaliteiten het dorp wil koesteren en wat men naar de toekomst toe als beeld wil zien. Voorafgaand is hier heel wat voorbereidingswerk nodig, om te bepalen wat het DNA is van de dorpen en hun context.

De ruimtelijke ontwikkeling van de kernen is dynamisch en altijd in transitie. Een overheid dient zichzelf hier op regelmatige basis in vraag te stellen en bij te sturen stelde Maarten Horemans, afdelingshoofd Ruimte van de gemeente Nijlen in zijn lezing. Hij vindt het belangrijk te investeren in studies als basis voor deze inzichten, bijvoorbeeld om de steeds wijzigende woonbehoefte in kaart te brengen. Dit kan in masterplannen gegoten geworden, ook op bovengemeentelijk niveau.

20191211_ar-tur_workshop-dorpsarchitectuur_460

Maarten Horemans stelt dat een gemeente de complexiteit van kernversterking alleen maar kan beantwoorden door te regisseren, niet door te controleren. Als goede regisseur moet je de mensen betrekken en inspireren om zo samen te realiseren in plaats van voorschriften op te leggen en te controleren. In Nijlen besloot men daarom het heft in eigen handen te nemen door een beeldkwaliteitsplan op te maken. Het plan laat toe om te werken als regisseur, eerder dan als controleur. Gemeente, burger, ontwikkelaar en architect werken samen aan kwaliteit. Dit vergt een mentaliteitswijziging binnen de gemeente. Om goed te kunnen regisseren wijzigde de gemeente de organisatiestructuur.

Eerder dan te zorgen dat de besturen zijn ingedekt tegen juridische procedures, moet het beleid kansen creëren. “Beleid is ook een instrument,” aldus Maarten Horemans.  Bepaal daarom eerst een strategie en een juridisch kader, met ruimte voor onderhandeling en ‘mazen in het net’ om de meerwaarde van een project in een dorp te bevragen. Maak bovendien tijd en ruimte voor participatie. Het behandelen van dossiers als work-in-progress zorgt voor een gedeelde verantwoordelijkheid en een groter draagvlak. Ontwikkelaars mee aan tafel brengen kan de lat hoger leggen. Burgers kennen het beste de omgeving, maar ook adviesraden zijn welkome instrumenten in het zoeken naar een meer interdisciplinaire aanpak. Men moet voldoende kennis mee aan tafel krijgen, en veel en juiste expertise betrekken. Het systeem moet in elk geval transparant zijn. “Als gemeente krijg je de ontwikkelaar die je verdient”, aldus Ward Verbakel, die met Plusoffice het beeldkwaliteitsplan van Nijlen vormgaf.

20191211_ar-tur_workshop-dorpsarchitectuur_578

Els Nulens van Blauwdruk stedenbouw beaamt dat regels geen garantie bieden tot kwaliteit en de besturen van een controlerende naar een regisserende rol moeten evolueren. Ze stelt dat we op zoek moeten naar een nieuwe traditie in dorpontwikkelingsprojecten. Eerst moet de vraag worden gesteld of er in een dorp sprake is van een verdichtingsopgave en of deze wenselijk is gezien de knooppuntwaarde. Vervolgens komt de keuze voor de woontypologie: zet het juiste type woning op de juiste plaats. De woningtypetoets is een beleidsinstrument dat antwoord geeft op die vraag. En ten derde gaat het om de beeldkwaliteit: de strijd om kwaliteit wordt gevoerd op kleine schaal. Het beeldkwaliteitsplan biedt hierbij de spelregels. Els Nulens stelt een aantal belangrijke spelregels voor:

  • Wees kritisch naar wat afgebroken mag worden. Bestaande bebouwing levert een grote bijdrage aan de dorpse identiteit, ook als dit niet is vastgesteld als erfgoed.
  • Respecteer de korrel van het weefsel. Beukmaat of perceelbreedte, hoogte en diepte van bebouwing bepaalt de schaal.
  • Verzorg de kwaliteit van de gelijkvloerse verdieping, dit is essentieel in de relatie met de straat: zorg voor voldoende hoogte, soliditeit of robuustheid, besteed aandacht aan detaillering en gevelreliëf, ook op de hogere niveaus.
  • De kwaliteit van de gevel versterkt de leesbaarheid en identiteit van de straat: eenvoudige maar goed gedetailleerde architectuur, verticale geleding, voorgevel op de rooilijn, aandacht voor de vijfde gevel – het dak – zijn hierbij aandachtspunten.
  • Parkeren maakt deel uit van een integrale gebouwoplossing. Denk na over compacte collectieve oplossingen op maat.

20191211_ar-tur_workshop-dorpsarchitectuur_704

Danny Vaes van de Intercommunale Ontwikkelingsmaatschappij voor de Kempen (IOK) licht het instrument van het Woonontwikkelingsplan toe. Het is een strategische dorpsvisie omgezet in een zoneringsplan met richtlijnen. Ook dit instrument richt zich niet op ‘legaliteit’ als afvinklijst, maar geeft vorm aan een beleidsmatig gewenste ontwikkeling die handvaten biedt bij de beoordeling van criteria van goede ruimtelijke ordening. Het instrument zet daarmee, net als de andere genoemde instrumenten in op onderhandeling en voorziet daarbij ook in beloningsmechanismen. Wanneer een ontwikkelaar meer maatschappelijke meerwaarden realiseert kan hij toestemming krijgen in een hogere dichtheid te bouwen.

Werner Van Hoof van intercommunale IGEMO vertelt over het huis voor omgevingskwaliteit ad hoK. Naast adviezen in de kwaliteitskamer, begeleidt het samenwerkingsverband Open Oproepen en biedt het inspiratie en opleidingen aan lokale besturen. Op die manier wordt er op verschillende manieren gewerkt aan de ruimtelijke kwaliteit in de gemeenten van de betrokken intercommunales Haviland, Interleuven en IGEMO.

Elke gemeente en elk dorp moet de bestaande instrumenten afwegen en op maat gebruiken. Nu probeert men het wiel nog vaak opnieuw uit te vinden. Hoe kunnen we kennis over al dan niet gewenste effecten van diverse instrumenten verspreiden over heel Vlaanderen? In de werksessie wordt de kennis van de sprekers en deelnemers bij elkaar te gebracht en verder gesproken over waar een effectief instrumentarium aan zou moeten voldoen. Als algemene bevindingen concluderen we om op te passen een instrument zomaar over te nemen, zonder het aan te passen aan de eigenheid van het dorp. Een ander struikelpunt is een weinig gebalanceerde samenstelling van adviesraden en te veel regeltjes die de vrijheid beknotten om de rol als regisseur uit te voeren.

20191211_ar-tur_workshop-dorpsarchitectuur_766

Op zoek naar een instrumentenkoffer

Hierna volgt een aanzet tot een instrumentenlijst met inzichten uit de workshop, een lijst die stelselmatig aangevuld kan worden tijdens het Kempenlab dorpsarchitectuur.

Ambitienota

Een document met aanbevelingen, voorafgaand aan de uitwerking van het beleid, dat bepaalt wat de essentiële aspecten zijn van het dorp in de zoektocht naar kernversterking. Wat maakt het dorp herkenbaar? Wat is inspirerend? Wat moet er versterkt worden? Dit hangt samen met het onderzoeken van de identiteit van het dorp.

Voorbeeld: In Nijlen werd een ambitienota opgesteld voor zowel de bebouwde als de onbebouwde ruimte, als basis voor het ‘Beeldkwaliteitsplan’ en het ‘Open Ruimte Perspectief’. Een kaart van ‘Nijlen na de betonstop’ toont hier hoe de gemeente de lat hoog durft leggen op beide vlakken.

Appartementenperimeter

Spaar appartementen voor bijzondere plekken.” – Els Nulens

Opmerking: In diverse gemeenten worstelt men met dit instrument, omdat het ‘perverse effect’ ontstaat dat elk nieuw project binnen de perimeter een appartementengebouw wordt terwijl juist ook de afwisseling in gebouwhoogte en korrel tot de eigenheid van een dorp hoort. Het instrument kan zo speculatie in de hand werken.

Beeldkwaliteit

De strijd om kwaliteit wordt gevoerd op kleine schaal: de straat op ooghoogte, goede dorpen om te wandelen.” – Els Nulens

Beeldkwaliteitsplan

Het beeldkwaliteitsplan zet individuele ruimtelijke uitdagingen om naar een ambitieus en toekomstbestendig beleidsplan, waarin richtlijnen voor de beeldkwaliteit worden gegeven. Het heeft geen juridisch kader en wordt op diverse manieren ingevuld.

Voorbeeld: In Nijlen werden  twaalf richtlijnen richting de betonstop opgesteld.  Het beeldkwaliteitsplan heeft als voordeel dat het niet juridisch is, maar wel vastgesteld. Het plan vereist een goede organisatiestructuur, wordt regelmatig bijgesteld en maakt het bestuur regisseur eerder dan controleur. Het beeldkwaliteitsplan geldt zowel voor de bebouwde als de onbebouwde ruimte, en is opgesteld op basis van een ambitienota.

Beleid

Beleid is ook een instrument.” – Maarten Horemans

Beleidsmodus (zie: Beeldkwaliteitsplan Nijlen)

Derde modus in het beeldkwaliteitsplan van Nijlen. In deze modus gaat men eigen projecten faciliteren en regisseren, vanuit strategische keuzes.

Bouwkompas

Verzamelterm in de gemeente Malle van alle instrumenten die bestaan of tot stand komen op vlak van ruimtelijke ordening. Dit omvat zowel het richtinggevend als verordenend instrumentarium. Deze fungeren als draaiboek bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het doel is om een duidelijke toekomst met behoud van de identiteit van de gemeente voorop te stellen.

Bouwpauze of tijdelijke bouwstop

Een maatregel die tijdelijke bevriezing van het verlenen van omgevingsvergunningen omvat.

Voorbeeld: In Malle omvat deze bouwpauze de projecten die buiten de bouw of verbouwing van huishoudens vallen, specifiek de verkavelingsprojecten, meergezinswoningen, het vermeerderen van het aantal woongelegenheden of ongunstig geadviseerde woonprojecten.  Doel van de bouwpauze is om tijdens die periode een kader uit te werken voor het ruimtelijke beleid van de gemeente.

Voorbeeld: “In Wuustwezel voerde burgemeester Dieter Wouters drie jaar geleden een tijdelijke bouwstop in voor appartementen. ‘Ik zag het fout lopen. We wilden onszelf tijd geven om een visie te ontwikkelen.’ Dat hij de stop zonder overgang invoerde, veroorzaakte ophef. ‘Niet zozeer bij de grote spelers. Die waren blij dat er spelregels zouden komen. Vooral de kleine lokale ontwikkelaars waren gefrustreerd. Mensen die het huis van de bomma hebben gekocht om er appartementen van te maken, en nu vaststellen dat het op die plek niet meer mag. Ze hebben gegokt en verloren. Maar leg het maar uit aan je dorpsgenoten, dat je weigert wegens “voortschrijdend inzicht”. Als een grote bouwpromotor boos is, heb ik daar veel minder last van.’ ” – Uit het artikel ‘We zijn onze dorpen in ijltempo aan het verknoeien’ door Ine Renson in de Standaard van zaterdag 23 november 2019.

Dorps(kern)verdichting

Het vermeerderen van het aantal woongelegenheden binnen een bepaald(e) dorp(skern), dit kan door het aanspreken van open ruimte of door de realisatie van meerdere woonentiteiten op eenzelfde perceel.

Opmerking: Belangrijk is de vraag te stellen of er daadwerkelijk een verdichtingsopgave is of dat deze gewenst is. Het uitgangspunt voor elke gemeente zou een visie op verdichting moeten zijn, met een scherpe keuze waar wel en niet te verdichten.

Dorps(kern)versterking

Het versterken van de dorpskern door het gericht bijbouwen of slopen van zowel wooneenheden als andere functies, terwijl tegelijk aandacht wordt besteed aan een kwalitatieve inrichting van de publieke ruimte en de leefbaarheid van het dorp. De karakteristieke kwaliteiten van het dorp worden vooropgesteld om te kijken waar deze gewaarborgd of versterkt dienen te worden.

Dorpsontwikkelingsplan

Een dorpsontwikkelingsplan reageert pro-actief op en zorgt voor een ruimtelijk kader voor uitdagingen en ontwikkelingen, met als voornaamste doel het behouden of verbeteren van de beeldkwaliteit en de leefbaarheid van het dorp. Er wordt rekening gehouden met toekomstige veranderingen en de ambities van inwoners. Het proces betrekt zowel de gemeente, inwoners als verschillende instanties en organisaties die mogelijk een rol gaan spelen bij de uitvoering van het plan.

Voorbeeld: In opdracht van Stad Hoogstraten werkt AR-TUR aan een dorpsontwikkelingskader voor deelgemeente Wortel.

20191211_ar-tur_workshop-dorpsarchitectuur_289

Expertenpool

Een diverse groep mensen met verschillende profielen en expertise die ‘stand-by’ staan om afhankelijk van het onderwerp of de vraag individueel of in kleinere groepjes opgeroepen te worden voor gericht advies tijdens een ‘kwaliteitskamer’ (zie verder). De leden zijn expert in één of meerdere domeinen, hebben voldoende praktijkervaring en bij voorkeur voeling met de regio. Het advies is opbouwend en constructief, er mag geen sprake zijn van belangenvermenging. De pool is verbonden aan een deontologische code en wordt regelmatig vernieuwd.

Kwaliteitsdialoog

Een gesprek over ruimtelijke kwaliteit tussen beleid, kwaliteitskamer, projectontwikkelaar/opdrachtgever en/of ontwerper. De kwaliteitsdialoog maakt het mogelijk te sturen op ruimtelijke kwaliteit zonder strikte voorschriften.

Kwaliteitskamer – gemeentelijk, intergemeentelijk of intercommunaal

Een kwaliteitskamer is een adviesorgaan dat op lokaal of regionaal niveau advies verleent aan het vergunningverlenend bestuur of aan belanghebbenden in het voortraject van een ontwerp. Dat advies richt zich op de kwaliteiten van het ontwerp, waarbij de commissie zich bij voorkeur baseert op een visienota of beeldkwaliteitsplan.

Voorbeeld: Eerste lessen met de kwaliteitskamer ad hoK:

    • Neem voldoende tijd voor het gesprek met de initiatiefnemers.
    • Stem de terminologie af op elkaar, zodat je over hetzelfde praat.
    • Luister en wees constructief, ga meedenken en een oplossing bedenken als er een probleem is.
    • Een kwaliteitskamer fungeert als verlengstuk van de lokale besturen. Als het lokaal bestuur meewerkt, is er meer draagvlak.
    • Voorbeeld: De gemeente Olen heeft een eigen kwaliteitskamer opgericht, de Architectuur Begeleidings- en BeoordelingsCommissie (ABBC)

Voorbeeld: Ook de Intercommunale Ontwikkelingsmaatschappij voor de Kempen (IOK) heeft een regionale kwaliteitskamer IKRO, net als enkele andere regio’s.

Kwaliteitsprincipes (zie: Beeldkwaliteitsplan Nijlen)

Aan te houden principes bij het realiseren van nieuwe ontwikkelingen die de gewenste beeldkwaliteit in een dorp nastreven.

Voorbeeld: In Nijlen omvatte het Beeldkwaliteitsplan tien principes: aandacht voor de context, niet bouwen om te bouwen, doorwaadbare site, uitnodigende toegangen, samen wonen, groepsparkeren, typologische variatie, contextuele architectuur, duurzaam in alle facetten en een gedragen project. In een quickscan moeten projectontwikkelaars/opdrachtgevers zelf hun project op basis van deze tien principes punten geven.

Kwaliteitsregie (zie: Beeldkwaliteitsplan Nijlen)

Het nastreven van een betere beeldkwaliteit door het bestuur, door zich op te stellen als een regisseur in plaats van een controleur of planner. De regie van kwaliteit gebeurt in dialoog, met veel betrokkenheid en inspirerend voor de ontwikkelaar. Om goed te kunnen regisseren is er een mindshift nodig in de organisatiestructuur van de gemeente.

Open Oproep (door kwaliteitskamer)

Traject waarbij het gunnen van een nieuwe opdracht begeleid wordt door een kwaliteitskamer via een specifieke wedstrijdprocedure.

Open-ruimte-perspectief

Tegenhanger van het beeldkwaliteitsplan, gericht op de open ruimte in plaats van de bebouwde ruimte van een dorp.

Projectmodus (zie: Beeldkwaliteitsplan Nijlen)

Eerste modus in het beeldkwaliteitsplan Nijlen. De start vanuit concrete projectuitdagingen en individuele ambities door middel van verbeeldend onderzoek.

20191211_ar-tur_workshop-dorpsarchitectuur_177

Toolbox

Een verzameling aan praktische termen, richtlijnen en/of voorbeelden om aan de slag te gaan met een bepaald onderwerp. Het doel is om de gebruiker wegwijs te maken in het onderwerp, en heel concrete instructies aan te reiken om zijn of haar onderzoek in dat thema verder te kunnen helpen.

Verdichtingsopgave

De noodzaak die zich stelt tot het realiseren van bijkomende bebouwing, bijvoorbeeld door demografische groei.

Visiemodus (zie: Beeldkwaliteitsplan Nijlen)

Tweede stap in het beeldkwaliteitsplan van Nijlen. In deze modus stimuleert men visie-ontwikkeling in plaats van controle, door middel van een zogenaamde ‘kwaliteitsdialoog’.

Woningtypetoets

De woningtypetoets is een objectieve manier om aan de hand van kenmerken van het perceel te bepalen welk type woning op die plek het meest geschikt is: eengezinswoning, meergezinswoning of andere. De kenmerken hebben betrekking op bijvoorbeeld de ligging, de buurt, de buren, parkeren, bouwlagen, perceel en volume.

Voorbeeld: In Olen en Gent hanteert men een woningtypetoets. In Gent wijst de toets uit of een eengezinswoning verplicht is, de voorkeur heeft of dat alle types zijn toegelaten. Zie brochure ‘Het juiste type woning op de juiste plaats – Handleiding bij de woningtypetoets’, Gent.

Woonomgevingsplan (WOP)

Een woonomgevingsplan stelt een kader op voor het woonbeleid, voor de administraties en besturen. Een WOP omvat verschillende maatregelen en richtlijnen, en kan aangevuld worden met bijvoorbeeld een beeldkwaliteitsplan. ‘Een WOP is een beleidsmatig gewenste ontwikkeling die handvaten biedt bij de beoordeling van criteria van goede ruimtelijke ordening en bij aftoetsing wenselijkheid verhoging ruimtelijk rendement’. Het gaat hier niet om een verordening, maar het plan is daardoor ook sneller aanpasbaar dan een RUP. Het plan kan elke twee à drie jaar worden vernieuwd.

Voorbeeld: IOK maakte inmiddels Woonomgevingsplannen voor Rijkevorsel, Meerhout, Hulshout en Vosselaar en heeft diverse plannen in opmaak. De woonomgevingsplannen met richtlijnenboek voorzien in een verfijning van de woonzones volgens het gewestplan. In Rijkevorsel bijvoorbeeld wordt het woongebied opgedeeld in zones zoals een centrumgebied, woonwijken, randwijken, landschapsrand kern en landschappelijk woonlint.

Toolbox Dorpsarchitectuur

Deze workshop kadert in het Kempenlab Dorpsarchitectuur. AR-TUR ontwikkelt een Toolbox Dorpsarchitectuur om Kempense dorpskernen te versterken met passende architectuur en publieke ruimte. Het project bestaat uit een catalogus met goede voorbeelden van dorpsarchitectuur, een instrumentarium ‘hoe te komen tot kwalitatieve dorpsarchitectuur?’, een ‘trigger’ in de vorm van een realisatie in een dorpskern, en een reizende tentoonstelling om het gesprek over architectuurkwaliteit in dorpen aan te zwengelen. Het traject loopt nog tot en met 2021.

De workshop op 11 december bracht deskundigen en stakeholders uit de Kempen samen om kennis uit te wisselen en te ontwikkelen op weg naar de catalogus (beeld- en databank met goede voorbeelden van dorpsarchitectuur) en de handleiding (instrumentarium: hoe te komen tot kwalitatieve dorpsarchitectuur).

Partners

AR-TUR werkt voor dit Kempenlab samen met Provincie Antwerpen, Gemeente Malle, Gemeente Olen, Ward Verbakel (KU Leuven / Plusoffice architects), Sarah Martens (UHasselt) , Karina Van Herck (Agentschap Onroerend Erfgoed), A+ Architecture in Belgium.

Banner_Platteland_Plus_Antwerpen_vol_kleur_logo